De branchevereniging van leegstandsbeheerders heeft een keurmerk in het leven geroepen voor leegstandsbeheer (KLB). Leegstandsbeheerders die dit keurmerk willen krijgen moeten aan een gedragscode en aan een aantal vereisten voldoen. Dit klinkt allemaal erg positief. Maar wanneer je de voorwaarden en gedragscode van het keurmerk bekijkt, valt het behoorlijk tegen. Leegstandsbeheerders gaan grotendeels op dezelfde voet verder.
In maart schreef ik al over hoe leegstandsbeheerders de huurwet omzeilen (lees hier). Leegstandsbeheerders verhuren ruimtes in de panden door middel van een bruikleenovereenkomst. In deze overeenkomst staan bepalingen die inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer, daarnaast plegen de beheerders huisvredebreuk door de ruimtes te betreden zonder toestemming van de huurders. Om maar niet te spreken over de opzegtermijn van twee weken en bepalingen die huurders verbieden om met de pers of de politiek te praten.
Met de komst van een keurmerk zou je verwachten dat de positie van huurders zou verbeteren en de opzegtermijn verlengd zou worden, maar niets is minder waar. Het keurmerk is niet meer dan het vastleggen van de huidige praktijk. In plaats van duidelijke regels met betrekking tot huisvrede, respecteren van de persoonlijke levenssfeer en het verbieden van onnodige bepalingen, wordt er in twee A4tjes geschermd met vage termen en protocollen. Zo moet de leegstandsbeheerder de gedragscode “goed leegstandsbeheer” ondertekenen. Dit komt neer op vier basiswaarden: betrouwbaarheid, professionaliteit, maatschappelijke verantwoordelijkheid en transparantie. In de gedragscode komt men alleen niet verder dan een summiere beschrijving van een paar regels per basiswaarde. Over de inhoud van de protocollen blijft de gedragscode en de inspectielijst van het keurmerk ijzingwekkend stil.
Het voorgaande stemt niet gerust dat de branche volwassen genoeg is voor zelfregulering. Het keurmerk is juist een bewijs van onvermogen. Het is daarom de politiek die zal moeten pleiten voor strengere regels voor leegstandsbeheer en zolang de situatie niet verbetert zullen overheden hun leegstaande panden moeten verhuren door middel van tijdelijke verhuur, een vorm van verhuur waar huurders recht hebben op een halfjarig contract en een opzegtermijn van 3 maanden. Als de politiek niet ingrijpt, zullen leegstandsbeheerders gewoon op oude voet verder gaan.
Klik hier om de gedragscode en inspectielijst te bekijken.
Naar aanleiding van de beantwoording van het college van B en W heb ik namens de PvdA-fractie vervolgvragen gesteld over leegstandsbeheer (lees hier).
vrijdag 6 mei 2011
donderdag 14 april 2011
It gets better (deel 2)
In november schreef ik nog in It gets better over het project dat in de Verenigde Staten is opgestart om jonge pubers die het moeilijk hebben een hart onder de riem te steken. Een inspirerende campagne met veel filmpjes van bekende en onbekende Amerikanen. In Limburg heeft COC Limburg de handschoen opgepakt en ook een korte film gemaakt met de titel “It gets better”. In de korte film vertellen bekende en onbekende homo's en lesbiennes uit Limburg over hun coming out. Voor de een waren de reacties positief en de ander is door een moeilijke periode gegaan. Uiteindelijk is het met iedereen goed gekomen.
Dat deed mij weer denken aan mijn eigen coming out. Vergeleken met de meeste jongeren tegenwoordig ben ik pas laat uit de kast gekomen. Ik schat dat ik 20 was. Voordat je uit de kast komt gaat een geruime tijd vooraf. Voor mij ging er minstens een jaar aan vooraf voordat ik zelf had geaccepteerd dat ik homo ben. Zelf had ik het geluk dat ik een collega op het werk had die homo is. Uiteindelijk heb ik de moed bijeen geschraapt om het hem te vertellen. Het hielp enorm om iemand te hebben waar ik mee kon praten. Dat heeft ook geholpen om het aan mijn moeder en mijn vrienden te vertellen. Zonder dat je een legitieme reden hebt om te denken dat ze negatief zullen reageren ben je toch bang voor negatieve reacties. Gelukkig heeft iedereen tegenover mij erg positief gereageerd. Nu ben ik trots op wie ik ben en denk ik wel eens; had ik het maar eerder gedaan.
Als samenleving moeten we de drempel zo klein mogelijk maken voor de jongeren die nog uit de kast moeten komen, want het is al een hele stap om het van jezelf te accepteren. Hopelijk komt er nog een tijd dat het vanzelfsprekend is dat je er voor uitkomt.
Hieronder de korte film van COC Limburg met o.a. Onno Hoes, Jacques Vinders en Erol Oztan. Op 18 april wordt de film officieel gepresenteerd in Café Rosé om 19:00 uur in aanwezigheid van burgemeester Hoes.
Dat deed mij weer denken aan mijn eigen coming out. Vergeleken met de meeste jongeren tegenwoordig ben ik pas laat uit de kast gekomen. Ik schat dat ik 20 was. Voordat je uit de kast komt gaat een geruime tijd vooraf. Voor mij ging er minstens een jaar aan vooraf voordat ik zelf had geaccepteerd dat ik homo ben. Zelf had ik het geluk dat ik een collega op het werk had die homo is. Uiteindelijk heb ik de moed bijeen geschraapt om het hem te vertellen. Het hielp enorm om iemand te hebben waar ik mee kon praten. Dat heeft ook geholpen om het aan mijn moeder en mijn vrienden te vertellen. Zonder dat je een legitieme reden hebt om te denken dat ze negatief zullen reageren ben je toch bang voor negatieve reacties. Gelukkig heeft iedereen tegenover mij erg positief gereageerd. Nu ben ik trots op wie ik ben en denk ik wel eens; had ik het maar eerder gedaan.
Als samenleving moeten we de drempel zo klein mogelijk maken voor de jongeren die nog uit de kast moeten komen, want het is al een hele stap om het van jezelf te accepteren. Hopelijk komt er nog een tijd dat het vanzelfsprekend is dat je er voor uitkomt.
Hieronder de korte film van COC Limburg met o.a. Onno Hoes, Jacques Vinders en Erol Oztan. Op 18 april wordt de film officieel gepresenteerd in Café Rosé om 19:00 uur in aanwezigheid van burgemeester Hoes.
zaterdag 26 maart 2011
Antikraak beheer staat op de politieke agenda in Maastricht!
Een week geleden schreef ik in mijn blog over de praktijken van leegstandsbeheerders zoals Ad Hoc beheer en Camelot. Deze bedrijven omzeilen de huurbescherming en zij respecteren niet de huisvrede van de bewoners. Naar mijn mening moeten deze praktijken zo snel mogelijk stoppen.
Naar aanleiding van mijn blog en de vragen die ik namens de PvdA heb gesteld aan de wethouder ben ik gebeld door onder andere Ad Hoc beheer, tegelijkertijd kreeg ik ook reacties van mensen die ervaringen hebben met leegstandsbeheerders. Daarom heb ik dinsdag namens de PvdA in de commissie Stadsontwikkeling voorgesteld om antikraak beheer op de agenda van de raadscommissie te zetten. Daarmee is de commissie akkoord gegaan.
Ik roep daarom iedereen op om mij te e-mailen over ervaringen met leegstandsbeheerders in Maastricht! Stuur je reacties naar vanlune2000@gmail.com. Er wordt vertrouwelijk met alle reacties omgegaan.
Naar aanleiding van mijn blog en de vragen die ik namens de PvdA heb gesteld aan de wethouder ben ik gebeld door onder andere Ad Hoc beheer, tegelijkertijd kreeg ik ook reacties van mensen die ervaringen hebben met leegstandsbeheerders. Daarom heb ik dinsdag namens de PvdA in de commissie Stadsontwikkeling voorgesteld om antikraak beheer op de agenda van de raadscommissie te zetten. Daarmee is de commissie akkoord gegaan.
Ik roep daarom iedereen op om mij te e-mailen over ervaringen met leegstandsbeheerders in Maastricht! Stuur je reacties naar vanlune2000@gmail.com. Er wordt vertrouwelijk met alle reacties omgegaan.
woensdag 16 maart 2011
Anti-kraak wonen: huren zonder huurbescherming
Al sinds de jaren tachtig bestaan er anti-kraakbureaus en we zijn er maar al te blij mee, want zo hebben we geen last van krakers en is er (tijdelijk) goedkope woonruimte voor wie geen geschikte woning kan vinden. Het is echter geen rozegeur en maneschijn bij de anti-kraakbureaus, want bewoners van panden die in beheer zijn van deze bureaus blijken helemaal geen rechten te hebben. Zo ontstaat er onbedoeld een groep huurders die buitenspel staat op de woningmarkt.
Anti-kraakbureaus maken namelijk geen gebruik van normale huurcontracten maar van bruikleenovereenkomsten. Door deze constructie weten ze buiten de huurwet te blijven. Dit betekent dat de bewoners zich niet kunnen beroepen op de bescherming van de huurwet. De opzegtermijn is bijvoorbeeld maar 2 weken. Dat is niet alles: bewoners kunnen geen beroep doen op huurbescherming, hebben geen huisvrede waar inbreuk op kan worden gemaakt en hun persoonlijke levenssfeer kan worden aangetast. Zo bevat de bruikleenovereenkomst een bepaling dat het anti-kraakbureau zonder aankondiging het pand mag betreden. Daarnaast bevat de bruikleenovereenkomst verschillende bepalingen die leiden tot inmengen in de persoonlijke levenssfeer van de bewoner. Het is ongehoord dat een anti-kraakbureau gebruik kan maken van dergelijke bepalingen terwijl de bewoners niet worden beschermd.
Maar het kan gewoon anders. De wetgever heeft voorzien in de mogelijkheid van tijdelijke verhuur. Hierbij hebben bewoners wel huurbescherming, huisvrede en er is geen inmenging in de persoonlijke levenssfeer. De verhuurder behoudt flexibiliteit met een opzegtermijn van 3 maanden. Dit biedt genoeg mogelijkheden om het gebruik van bruikleenovereenkomsten door anti-kraakbureaus in de toekomst te verbieden. Zolang dat nog niet door de regering is doorgevoerd kan de gemeente ook ingrijpen. De gemeente moet door middel van een leegstandsverordening eisen stellen aan de anti-kraakbureaus die in de stad actief zijn. Een anti-kraakbureau dat inbreuk maakt op de huisvrede en de persoonlijke levenssfeer krijgt dan geen vergunning.
De gemeente maakt zelf ook gebruik van een anti-kraakbureau. Voor zover dat mogelijk is, moet de gemeente de samenwerking met anti-kraakbureaus stopzetten en voortaan gebruik maken van tijdelijke verhuur. De gemeente hoort hier namelijk het goede voorbeeld te geven. De overheid behoort niet geassocieerd te worden met praktijken waarbij allerlei wetten worden omzeild.
Voor mij is het duidelijk: de huidige praktijken van anti-kraakbureaus moeten stoppen. Geen omzeiling meer van de huurbescherming, geen inbreuk op de huisvrede en geen inmenging meer in de persoonlijke levenssfeer. De gemeente en het rijk hebben de middelen in handen om hier een einde aan te maken.
Namens de PvdA fractie heb ik hierover vragen gesteld aan het college van B en W. Klik hier om de vragen te bekijken.
Anti-kraakbureaus maken namelijk geen gebruik van normale huurcontracten maar van bruikleenovereenkomsten. Door deze constructie weten ze buiten de huurwet te blijven. Dit betekent dat de bewoners zich niet kunnen beroepen op de bescherming van de huurwet. De opzegtermijn is bijvoorbeeld maar 2 weken. Dat is niet alles: bewoners kunnen geen beroep doen op huurbescherming, hebben geen huisvrede waar inbreuk op kan worden gemaakt en hun persoonlijke levenssfeer kan worden aangetast. Zo bevat de bruikleenovereenkomst een bepaling dat het anti-kraakbureau zonder aankondiging het pand mag betreden. Daarnaast bevat de bruikleenovereenkomst verschillende bepalingen die leiden tot inmengen in de persoonlijke levenssfeer van de bewoner. Het is ongehoord dat een anti-kraakbureau gebruik kan maken van dergelijke bepalingen terwijl de bewoners niet worden beschermd.
Maar het kan gewoon anders. De wetgever heeft voorzien in de mogelijkheid van tijdelijke verhuur. Hierbij hebben bewoners wel huurbescherming, huisvrede en er is geen inmenging in de persoonlijke levenssfeer. De verhuurder behoudt flexibiliteit met een opzegtermijn van 3 maanden. Dit biedt genoeg mogelijkheden om het gebruik van bruikleenovereenkomsten door anti-kraakbureaus in de toekomst te verbieden. Zolang dat nog niet door de regering is doorgevoerd kan de gemeente ook ingrijpen. De gemeente moet door middel van een leegstandsverordening eisen stellen aan de anti-kraakbureaus die in de stad actief zijn. Een anti-kraakbureau dat inbreuk maakt op de huisvrede en de persoonlijke levenssfeer krijgt dan geen vergunning.
De gemeente maakt zelf ook gebruik van een anti-kraakbureau. Voor zover dat mogelijk is, moet de gemeente de samenwerking met anti-kraakbureaus stopzetten en voortaan gebruik maken van tijdelijke verhuur. De gemeente hoort hier namelijk het goede voorbeeld te geven. De overheid behoort niet geassocieerd te worden met praktijken waarbij allerlei wetten worden omzeild.
Voor mij is het duidelijk: de huidige praktijken van anti-kraakbureaus moeten stoppen. Geen omzeiling meer van de huurbescherming, geen inbreuk op de huisvrede en geen inmenging meer in de persoonlijke levenssfeer. De gemeente en het rijk hebben de middelen in handen om hier een einde aan te maken.
Namens de PvdA fractie heb ik hierover vragen gesteld aan het college van B en W. Klik hier om de vragen te bekijken.
maandag 20 december 2010
Europese inkomensmaatregel richt alleen maar schade aan op de woningmarkt
Op 1 januari 2011 treedt de Europese inkomensregel in dat woningcorporaties maximaal 10% van hun woningen mogen verhuren aan huishoudens die meer verdienen dan 33.614 euro per jaar. Echter er zijn op het moment te weinig betaalbare particuliere huurwoningen en goedkope koopwoningen. Als we niet oppassen vallen huishoudens met een modaal inkomen tussen wal en schip in Maastricht.
Als gezin met een inkomen van iets meer dan 33.000 euro per jaar wordt het je wel erg moeilijk gemaakt. Je mag niet meer een woning huren bij een woningcorporatie. Een betaalbare gezinswoning is niet te vinden op de particuliere matkt. En voor een koopwoning krijg je geen hypotheek. Huishoudens met een relatief klein inkomen kunnen op deze manier geen kant op.
Het kabinet laat de middeninkomens in de steek. Zij wil namelijk niet in Europa naar een oplossing zoeken voor deze huishoudens. Zij laat de huren voor deze inkomens met 5,5% stijgen. Er komt geen extra geld voor startersleningen. En er wordt niets aan de hypotheekrenteaftrek gedaan. Er zullen oplossingen geboden moeten worden voor de problemen op de woningmarkten en dat lukt niet als men de kop in het zand steekt zoals het kabinet nu doet.
Er zal een Nationaal woonakkoord moeten komen waarin partijen over hun eigen schaduw heen stappen. Zolang er geen Nationaal woonakkoord is richt de maatregel uit Europa alleen maar schade aan. Ik ben dan ook blij dat een groot aantal woningcorporaties in Nederland in opstand is gekomen tegen de inkomensmaatregel en zich er de komende tijd tegen zullen verzetten. Ik hoop dan ook dat de Maastrichtse woningcorporaties zich ook gaan verzetten tegen de maatregel, want de maatregel lost de problemen op de Maastrichtse woningmarkt niet op. De maatregel zorgt alleen maar voor extra problemen.
Als gezin met een inkomen van iets meer dan 33.000 euro per jaar wordt het je wel erg moeilijk gemaakt. Je mag niet meer een woning huren bij een woningcorporatie. Een betaalbare gezinswoning is niet te vinden op de particuliere matkt. En voor een koopwoning krijg je geen hypotheek. Huishoudens met een relatief klein inkomen kunnen op deze manier geen kant op.
Het kabinet laat de middeninkomens in de steek. Zij wil namelijk niet in Europa naar een oplossing zoeken voor deze huishoudens. Zij laat de huren voor deze inkomens met 5,5% stijgen. Er komt geen extra geld voor startersleningen. En er wordt niets aan de hypotheekrenteaftrek gedaan. Er zullen oplossingen geboden moeten worden voor de problemen op de woningmarkten en dat lukt niet als men de kop in het zand steekt zoals het kabinet nu doet.
Er zal een Nationaal woonakkoord moeten komen waarin partijen over hun eigen schaduw heen stappen. Zolang er geen Nationaal woonakkoord is richt de maatregel uit Europa alleen maar schade aan. Ik ben dan ook blij dat een groot aantal woningcorporaties in Nederland in opstand is gekomen tegen de inkomensmaatregel en zich er de komende tijd tegen zullen verzetten. Ik hoop dan ook dat de Maastrichtse woningcorporaties zich ook gaan verzetten tegen de maatregel, want de maatregel lost de problemen op de Maastrichtse woningmarkt niet op. De maatregel zorgt alleen maar voor extra problemen.
donderdag 9 december 2010
De millenniumdoelen hebben geen toekomst na 2015
Op 20 september van dit jaar meldt NRC Handelsblad triomfantelijk dat de millenniumdoelen succesvol de armoede hebben teruggedrongen. Het is waar, de armoede is teruggedrongen, maar dat is niet het hele verhaal. De millenniumdoelen hebben namelijk een schaduwzijde. Niet alle doelen worden gehaald en met een aantal doelen is het zelfs ronduit slecht gesteld. De economische groei van China en India geeft ons een vertekend beeld van de armoedebestrijding. In Afrika is namelijk de armoede in veel landen niet wezenlijk teruggedrongen en van veel landen zijn de cijfers niet eens bekend. De millenniumdoelen hebben de ambitie om de kindersterfte terug te dringen, maar veel Afrikaanse landen lopen ver achter op het behalen van een significante daling van de kindersterfte. Om maar niet te spreken over de hoge kraamsterfte in Afrika.
De millenniumdoelen zijn opgesteld om de armoede met de helft te verminderen in 2015. Door doelstellingen zoals deze te stellen werk je in de hand dat er weinig wordt geïnvesteerd in de “onrendabelen”. Zij vallen buiten de boot. Dit is ook het beeld dat de millenniumdoelenatlas geeft. Nigeria, Ivoorkust en Zambia lopen achter en landen als China, Brazilië en India boeken vooruitgang. Door ons te richten op het terugdringen van de armoede wordt de grote ongelijkheid in de wereld en binnen landen niet aangepakt.
Bij de ontwikkeling van landen hangt alles samen, maar de millenniumdoelen formuleren acht specifieke doelen en zijn niet allesomvattend. Hierdoor worden vele belangrijke aspecten buiten beschouwing gelaten die wel van cruciaal belang zijn voor duurzame ontwikkeling. Zo zijn de millenniumdoelen niet gericht op landbouw en infrastructuur, terwijl dit factoren van belang zijn voor de ontwikkeling van een land. Daarnaast zijn doelen te beperkt geformuleerd. Neem bijvoorbeeld de doelstelling om het aantal mensen dat van minder dan een dollar per dag moet leven met de helft te verminderen. Welvaart is echter niet alleen economisch, maar welvaart omvat alles wat betrekking heeft op de kwaliteit van leven. We willen ook dat alle kinderen naar school gaan, maar men richt zich met de millenniumdoelen alleen op het basisonderwijs. Hierdoor wordt er onvoldoende geïnvesteerd in vervolgonderwijs, zodat kinderen daadwerkelijk een vak kunnen leren.
Onder andere op basis van de hiervoor genoemde kritiek stelt The Lancet – LIDC dit najaar in een rapport voor om 5 principes te formuleren waarop een samenhangend ontwikkelingsbeleid gebaseerd kan worden, namelijk holisme, rechtvaardigheid, duurzaamheid, ‘ownership’ en internationale verantwoordelijkheid. Door internationaal alleen de basisprincipes af te spreken voor een nieuw ontwikkelingsbeleid wordt de mogelijkheid gecreëerd voor regio’s, landen en organisaties om een eigen invulling te geven aan de toekomst. Zodat er juist bij hun een groter gevoel van ‘ownership’ ontstaat!
Het is van belang om nog een keer te benadrukken dat het verbeteren van de omstandigheden in de wereld een verantwoordelijkheid is van ons allemaal. Landen zeggen vaak veel geld toe voor ontwikkelingssamenwerking, maar komen de verplichtingen niet na, dat moet afgelopen zijn. Een holistische aanpak, waarbij alles in zijn samenhang bekeken wordt, zal daarbij niet alleen zorgen dat er meer samenhang zal ontstaan, maar je kunt ook een synergie creëren. Dit biedt kansen in de toekomst die we tot nu toe niet hebben benut. Door rechtvaardigheid als basis te kiezen van het beleid wordt niet alleen de structurele armoede aangekaart, maar ook de structurele ongelijkheid tussen en in landen. Met de principes en de aanpak die het rapport voorstelt wordt er een beter alternatief geboden voor de toekomst. De toekomst na 2015 zal er dan ook een zijn zonder de millenniumdoelen.
Deze tekst is uitgesproken op dinsdag 7 december tijdens de Zuid-Noordcommissie te Den Haag.
dinsdag 23 november 2010
Democratisering in Afrika: Kijk voorbij vrije en eerlijke verkiezingen!
Als we vanuit de westerse wereld naar Afrika kijken met de bril op van democratie, dan vragen we ons alleen af of er wel vrije en eerlijke verkiezingen worden gehouden. In de landen waar nog geen vorm van democratie is, wordt de vraag gesteld of democratie wel de ontwikkeling van landen bevordert. Met deze twee visies moet afgerekend worden. Sociale en politieke rechten bevorderen eerder economische ontwikkeling dan dat ze die verstoren, maar vrije en eerlijke verkiezingen zijn niks waard als de ’trias politica’ en de ‘checks and balances’ niet functioneren.
Wat moet je met democratie, als je in extreme armoede leeft? Je hebt behoefte aan voedsel en schoon drinkwater en niet aan democratie! Juist doormiddel van politieke en sociale vrijheden kunnen de burgers die in extreme armoede leven, hun problemen aan de orde stellen. Aangezien politici in een functionerende democratie afhankelijk zijn van deze burgers is er een ‘incentive’ om de problematiek aan te pakken. In het proces om te komen tot succesvol beleid zijn politieke en sociale vrijheden ook van belang. Belangenafweging is namelijk cruciaal om tot beleid te komen dat in het algemeen belang is. Het is dan wel van belang dat burgers de mogelijkheden van de democratie met beide handen grijpen. Zonder de actieve participatie van burgers is de democratie vleugellam. Als burgers wel extreme hongersnood aankaarten, maar niet analfabetisme en structurele ondervoeding van kinderen dan is de kans groot in jonge democratieën dat er geen aandacht voor zal zijn.
Op het moment dat burgers niet zelf aan de bel trekken over de problemen in het land dan zal iemand anders het moeten doen. Hier spelen lokale NGO’s een belangrijke rol. Zij zullen de problemen intern moeten aankaarten bij de politici. Daardoor worden de lacunes opgevuld. Deze NGO´s zullen dan ook gesteund moeten worden, zodat doormiddel van druk van binnenuit zaken op de agenda van de politiek komen.
In landen waar een democratie ingevoerd is meten we democratie af aan de verkiezingen die gehouden worden in een land. We schreeuwen moord en brand als deze niet eerlijk verlopen, maar zwijgen wij het stil als het politieke systeem niet functioneert. Hoe kortzichtig kun je zijn?! Bij bestudering van de meeste Afrikaanse democratieën blijkt dat de macht voornamelijk ligt bij de uitvoerende macht (president) en dat er te weinig instrumenten voor de wetgevende macht zijn om te controleren en invloed uit te oefenen op beleid. Daarnaast zie je vaak dat de president rechters mag benoemen. Dit bevordert een neutrale rechterlijke macht niet.
In landen waar deze structurele problemen bestaan zal het weinig effect hebben als je parlementariërs en rechters gaat trainen. Er is dus meer nodig. Jonge democratieën zullen aangemoedigd, en zo nodig onder druk gezet moeten worden, om hun systeem verder te ontwikkelen. De VN kan daar een belangrijke rol in spelen, want de geloofwaardigheid van de westerse landen is niet groot op het terrein van democratisering. Volgens velen wordt er door westerse landen vrij willekeurig op basis van eigen belangen aangedrongen op democratisering. Druk van binnenuit alleen zal aan de andere kant waarschijnlijk niet voldoende zijn, daarom kan de VN hierbij een belangrijke rol spelen.
Afrikaanse landen zullen door de internationale gemeenschap en NGO’s aangemoedigd moeten worden om politieke en sociale vrijheden te creëren voor hun burgers. Na vrije en eerlijke verkiezingen zal het proces beginnen naar een volwaardige democratische rechtstaat. De weg is lang en voor elk land leidt die weg naar een andere invulling van een democratische rechtstaat op basis van de culturele achtergrond van het land.
Wat moet je met democratie, als je in extreme armoede leeft? Je hebt behoefte aan voedsel en schoon drinkwater en niet aan democratie! Juist doormiddel van politieke en sociale vrijheden kunnen de burgers die in extreme armoede leven, hun problemen aan de orde stellen. Aangezien politici in een functionerende democratie afhankelijk zijn van deze burgers is er een ‘incentive’ om de problematiek aan te pakken. In het proces om te komen tot succesvol beleid zijn politieke en sociale vrijheden ook van belang. Belangenafweging is namelijk cruciaal om tot beleid te komen dat in het algemeen belang is. Het is dan wel van belang dat burgers de mogelijkheden van de democratie met beide handen grijpen. Zonder de actieve participatie van burgers is de democratie vleugellam. Als burgers wel extreme hongersnood aankaarten, maar niet analfabetisme en structurele ondervoeding van kinderen dan is de kans groot in jonge democratieën dat er geen aandacht voor zal zijn.
Op het moment dat burgers niet zelf aan de bel trekken over de problemen in het land dan zal iemand anders het moeten doen. Hier spelen lokale NGO’s een belangrijke rol. Zij zullen de problemen intern moeten aankaarten bij de politici. Daardoor worden de lacunes opgevuld. Deze NGO´s zullen dan ook gesteund moeten worden, zodat doormiddel van druk van binnenuit zaken op de agenda van de politiek komen.
In landen waar een democratie ingevoerd is meten we democratie af aan de verkiezingen die gehouden worden in een land. We schreeuwen moord en brand als deze niet eerlijk verlopen, maar zwijgen wij het stil als het politieke systeem niet functioneert. Hoe kortzichtig kun je zijn?! Bij bestudering van de meeste Afrikaanse democratieën blijkt dat de macht voornamelijk ligt bij de uitvoerende macht (president) en dat er te weinig instrumenten voor de wetgevende macht zijn om te controleren en invloed uit te oefenen op beleid. Daarnaast zie je vaak dat de president rechters mag benoemen. Dit bevordert een neutrale rechterlijke macht niet.
In landen waar deze structurele problemen bestaan zal het weinig effect hebben als je parlementariërs en rechters gaat trainen. Er is dus meer nodig. Jonge democratieën zullen aangemoedigd, en zo nodig onder druk gezet moeten worden, om hun systeem verder te ontwikkelen. De VN kan daar een belangrijke rol in spelen, want de geloofwaardigheid van de westerse landen is niet groot op het terrein van democratisering. Volgens velen wordt er door westerse landen vrij willekeurig op basis van eigen belangen aangedrongen op democratisering. Druk van binnenuit alleen zal aan de andere kant waarschijnlijk niet voldoende zijn, daarom kan de VN hierbij een belangrijke rol spelen.
Afrikaanse landen zullen door de internationale gemeenschap en NGO’s aangemoedigd moeten worden om politieke en sociale vrijheden te creëren voor hun burgers. Na vrije en eerlijke verkiezingen zal het proces beginnen naar een volwaardige democratische rechtstaat. De weg is lang en voor elk land leidt die weg naar een andere invulling van een democratische rechtstaat op basis van de culturele achtergrond van het land.
Abonneren op:
Posts (Atom)
