Posts tonen met het label huurbescherming. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huurbescherming. Alle posts tonen

vrijdag 6 mei 2011

Een keurmerk zonder betekenis

De branchevereniging van leegstandsbeheerders heeft een keurmerk in het leven geroepen voor leegstandsbeheer (KLB). Leegstandsbeheerders die dit keurmerk willen krijgen moeten aan een gedragscode en aan een aantal vereisten voldoen. Dit klinkt allemaal erg positief. Maar wanneer je de voorwaarden en gedragscode van het keurmerk bekijkt, valt het behoorlijk tegen. Leegstandsbeheerders gaan grotendeels op dezelfde voet verder.

In maart schreef ik al over hoe leegstandsbeheerders de huurwet omzeilen (lees hier). Leegstandsbeheerders verhuren ruimtes in de panden door middel van een bruikleenovereenkomst. In deze overeenkomst staan bepalingen die inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer, daarnaast plegen de beheerders huisvredebreuk door de ruimtes te betreden zonder toestemming van de huurders. Om maar niet te spreken over de opzegtermijn van twee weken en bepalingen die huurders verbieden om met de pers of de politiek te praten.

Met de komst van een keurmerk zou je verwachten dat de positie van huurders zou verbeteren en de opzegtermijn verlengd zou worden, maar niets is minder waar. Het keurmerk is niet meer dan het vastleggen van de huidige praktijk. In plaats van duidelijke regels met betrekking tot huisvrede, respecteren van de persoonlijke levenssfeer en het verbieden van onnodige bepalingen, wordt er in twee A4tjes geschermd met vage termen en protocollen. Zo moet de leegstandsbeheerder de gedragscode “goed leegstandsbeheer” ondertekenen. Dit komt neer op vier basiswaarden: betrouwbaarheid, professionaliteit, maatschappelijke verantwoordelijkheid en transparantie. In de gedragscode komt men alleen niet verder dan een summiere beschrijving van een paar regels per basiswaarde. Over de inhoud van de protocollen blijft de gedragscode en de inspectielijst van het keurmerk ijzingwekkend stil.

Het voorgaande stemt niet gerust dat de branche volwassen genoeg is voor zelfregulering. Het keurmerk is juist een bewijs van onvermogen. Het is daarom de politiek die zal moeten pleiten voor strengere regels voor leegstandsbeheer en zolang de situatie niet verbetert zullen overheden hun leegstaande panden moeten verhuren door middel van tijdelijke verhuur, een vorm van verhuur waar huurders recht hebben op een halfjarig contract en een opzegtermijn van 3 maanden. Als de politiek niet ingrijpt, zullen leegstandsbeheerders gewoon op oude voet verder gaan.

Klik hier om de gedragscode en inspectielijst te bekijken.


Naar aanleiding van de beantwoording van het college van B en W heb ik namens de PvdA-fractie vervolgvragen gesteld over leegstandsbeheer (lees hier).

woensdag 16 maart 2011

Anti-kraak wonen: huren zonder huurbescherming

Al sinds de jaren tachtig bestaan er anti-kraakbureaus en we zijn er maar al te blij mee, want zo hebben we geen last van krakers en is er (tijdelijk) goedkope woonruimte voor wie geen geschikte woning kan vinden. Het is echter geen rozegeur en maneschijn bij de anti-kraakbureaus, want bewoners van panden die in beheer zijn van deze bureaus blijken helemaal geen rechten te hebben. Zo ontstaat er onbedoeld een groep huurders die buitenspel staat op de woningmarkt.

Anti-kraakbureaus maken namelijk geen gebruik van normale huurcontracten maar van bruikleenovereenkomsten. Door deze constructie weten ze buiten de huurwet te blijven. Dit betekent dat de bewoners zich niet kunnen beroepen op de bescherming van de huurwet. De opzegtermijn is bijvoorbeeld maar 2 weken. Dat is niet alles: bewoners kunnen geen beroep doen op huurbescherming, hebben geen huisvrede waar inbreuk op kan worden gemaakt en hun persoonlijke levenssfeer kan worden aangetast. Zo bevat de bruikleenovereenkomst een bepaling dat het anti-kraakbureau zonder aankondiging het pand mag betreden. Daarnaast bevat de bruikleenovereenkomst verschillende bepalingen die leiden tot inmengen in de persoonlijke levenssfeer van de bewoner. Het is ongehoord dat een anti-kraakbureau gebruik kan maken van dergelijke bepalingen terwijl de bewoners niet worden beschermd.

Maar het kan gewoon anders. De wetgever heeft voorzien in de mogelijkheid van tijdelijke verhuur. Hierbij hebben bewoners wel huurbescherming, huisvrede en er is geen inmenging in de persoonlijke levenssfeer. De verhuurder behoudt flexibiliteit met een opzegtermijn van 3 maanden. Dit biedt genoeg mogelijkheden om het gebruik van bruikleenovereenkomsten door anti-kraakbureaus in de toekomst te verbieden. Zolang dat nog niet door de regering is doorgevoerd kan de gemeente ook ingrijpen. De gemeente moet door middel van een leegstandsverordening eisen stellen aan de anti-kraakbureaus die in de stad actief zijn. Een anti-kraakbureau dat inbreuk maakt op de huisvrede en de persoonlijke levenssfeer krijgt dan geen vergunning.

De gemeente maakt zelf ook gebruik van een anti-kraakbureau. Voor zover dat mogelijk is, moet de gemeente de samenwerking met anti-kraakbureaus stopzetten en voortaan gebruik maken van tijdelijke verhuur. De gemeente hoort hier namelijk het goede voorbeeld te geven. De overheid behoort niet geassocieerd te worden met praktijken waarbij allerlei wetten worden omzeild.

Voor mij is het duidelijk: de huidige praktijken van anti-kraakbureaus moeten stoppen. Geen omzeiling meer van de huurbescherming, geen inbreuk op de huisvrede en geen inmenging meer in de persoonlijke levenssfeer. De gemeente en het rijk hebben de middelen in handen om hier een einde aan te maken.

Namens de PvdA fractie heb ik hierover vragen gesteld aan het college van B en W. Klik hier om de vragen te bekijken.