vrijdag 26 februari 2010

Artikel Observant 25 februari

Het onderstaande portret is gisteren, donderdag 25 februari, geplaatst in de Observant:

Antoine van Lune (24) staat op de tiende plaats op de lijst van de PvdA (nu 13 zetels). Hij is bachelorstudent aan de European Law School

Wat wil je bereiken voor studenten? “Ik vind dat de gemeente meer kan doen om studenten te informeren over de huurprijzen. Nu betalen ze vaak veel te veel. Goede voorlichting kan dat voorkomen. Ten tweede vind ik dat alle evenementen gelijkwaardig behandeld moeten worden. Nu staat de gemeente op de achterste benen als er geluidsoverlast is bij een cultuurfestival als Bruis, maar als André Rieu te hard speelt hoor je er niemand over. Tot slot moet er volgens mij geïnvesteerd worden in de werkgelegenheid. Nu hebben studenten vaak geen andere keus dan na hun studie weg te trekken uit Maastricht voor een baan.”
Waarom heb je geen studentenpartij opgericht? “Daar voel ik niks voor, alle inwoners zijn even belangrijk. Daarbij heb ik me altijd goed gevoeld bij het gedachtegoed van de PvdA, dat is echt mijn partij.”
Waar ligt je kracht als politicus? “Dat ik al een tijdje meeloop, maar niet mijn passie heb verloren. Ik wil me dag en nacht inzetten voor een betere gemeente.”

dinsdag 23 februari 2010

Maastricht: universiteitsstad of studentenstad?

Gisteren werd door studentenvereniging KOKO een debat georganiseerd waar alleen thema’s voor studerend Maastricht aan de orde kwamen. Tijdens de inleiding op het debat werd al duidelijk dat dit voor de politici toch wel een pittige avond zou worden: weinig informatie over studenten in de verschillende verkiezingsprogramma’s. Maastricht pretendeert een echte studentenstad te zijn, maar wat doen we voor onze studenten en hoe welkom zijn de studenten?

Bij de eerste stelling bleek al snel dat verkiezingen toch ook altijd weer de nodige snelle toezeggingen opleveren: de gemeentelijke belasting wordt eindelijk aangepakt. Niet langer zal de langstwonende bewoner in een studentenhuis worden aangeslagen. Nee, vanaf vandaag gaat dat in Maastricht anders, want gisteren heeft men ontdekt dat Nederland een gemeentelijke basisadministratie heeft!
Ik zou ook willen dat niet langer de langstwonende bewoner wordt aangeslagen en zo het probleem oplossen, maar ergens zegt de student rechten in mij dat ik daarvoor toch echt even met Den Haag in gesprek moet gaan. Misschien wil Mei Li Vos (Tweede kamerlid PvdA) zich er wel voor inzetten?!

Het tweede onderwerp “de brain drain” leverde toch ook weer de nodige open deuren op: te weinig banen, de mensen trekken weg. Enerzijds is te verklaren dat veel studenten na hun studie weer vertrekken naar elders. Immers veel van onze buitenlandse studenten kiezen na hun studie toch echt voor een baan in hun eigen land.
Bij dit onderwerp werd ook heel even gesproken over de gastvrijheid van Maastricht. Tja, daar kun je hele bomen over opzetten. Hoe gastvrij is Maastricht, als mensen van buiten Maastricht consequent als ‘Hollenders’ worden neergezet? Je mag hier wel wonen, leven en studeren, maar als je de echte Maastrichtenaar een voet dwars zet dan ben je ineens een ‘Hollender’. Kortom op dat gebied valt in Maastricht vast nog een wereld te winnen.

Aan het einde van het debat blijkt overigens toch ook weer vooral dat de leefbaarheid voor studenten in onze stad eigenlijk toch vooral neerkomt op het realiseren van concrete zaken: waar blijft dat voetbalveld in Heugem (dat zouden wij overigens ook wel eens willen weten van de CDA lijsttrekker en wethouder van Sport). “Een disco!” roepen Stadsbelangen en VVD’er John Aarts in koor: samen met Johnnie de voetjes van de vloer? Toch gaan deze partijen voorbij aan het feit dat zich al jaren geen ondernemer in Maastricht meldt om een disco te beginnen. En je zou toch denken dat juist onze liberalen het spel van vraag en aanbod uitstekend beheersen? Ook de roep om nachtkroegen doet het goed: dan heeft men mazzel, want al jaren zijn er een stuk of vier nachtvergunningen te vergeven, maar geen ondernemer die zich daarvoor meldt.

Tot slot wordt er ook nog even gesproken over de parkeerproblemen in deze stad en het gebrek aan fietsenstallingen. Inderdaad, daar moet nu eens nodig iets aan gebeuren. Al maanden probeert de PvdA GroenLinks wethouder Wim Hazeu te bewegen om nu eindelijk eens met de Universiteit om de tafel te gaan zitten ten einde de parkeerproblemen op te lossen. En die fietsen: in 2009 was de GroenLinks wethouder eindelijk zover om na dreiging van een PvdA motie overstag te gaan en niet meer alles wat los en vast zit weg te slepen. Op de valreep wist PvdA wethouder Costongs nog te melden dat het aantal fietsstallingsplaatsen bij het station zal worden uitgebreid. En nu maar hopen dat de treinen dan ook na 21:30 uur zullen gaan rijden en we toch echt de stap kunnen maken om van universiteitstad eindelijk studentenstad te worden.

vrijdag 5 februari 2010

Carnaval moet vooral carnaval blijven!


Groot was mijn verbazing toen ik het artikel “’Schijn van’ bereikt carnaval” in De Limburger las. Blijkbaar is het zo dat de harde werkers van de gemeente Maastricht geen ontbijtje mogen ontvangen van de carnavalsvierders, omdat het de schijn van belangenverstrengeling  zou hebben.
Het is natuurlijk absurd dat een ludieke actie van een kastelein die al jaren ontbijtjes verzorgd voor de zate hermeniekes niet mag. Tijdens carnaval willen we allemaal veel plezier hebben in de stad. De mensen van stadsbeheer bij de gemeente Maastricht zorgen er constant voor dat de stad er schoon bij ligt. Tijdens carnaval is dit een hels karwei. Op het moment dat burgers van de stad iets willen doen om deze harde werkers te bedanken dan mag het niet, want dat zou de schijn van belangenverstrengeling hebben. Welke schijn? De schijn dat Maastrichtenaren goed opgevoed zijn?!
De gedragscodes zijn bedoeld om te voorkomen dat ambtenaren bij belangrijke beslissingen niet meerdere belangen hebben of het idee zouden kunnen geven dat ze die hebben. Het ontvangen van een ontbijtje tijdens carnaval als dank voor het harde werken namens de carnavalsvierders valt daar toch niet onder? Of zou men denken dat anderen dan zouden kunnen denken dat het stoepje voor het bewuste café nog schoner zou worden geveegd?
Ik mag dan wel een Hollender zijn, maar zelfs ik snap deze gedachtekronkel van de gemeente Maastricht niet. Laten we carnaval vooral niet verpesten door zulke onzin!

maandag 1 februari 2010

Canvassen in Blouw Dörrep

Afgelopen zaterdag gingen we met de PvdA canvassen in Blauw Dorp. Ik zou het wel op zijn Mestreechs willen zeggen, maar het klinkt lachwekkend als ik dat probeer.

We gingen met een groep van zeven mensen de buurt in. Samen met Jacques en Frans ging ik op de Ruttensingel langs de huizen. Doel was om er achter te komen wat er in de buurt speelt. De week daarvoor hadden we al een paar straten gedaan. Toen waren we langs de deuren gegaan op de Proosdijweg. Veel buurtbewoners klaagden over verloedering van de buurt, en vooral troep op straat. Op de Ruttensingel speelden weer andere zaken. Daar klaagden de buurtbewoners over de hard rijdende auto's op de Ruttensingel en drugsdealers.

Ook al hebben de meeste buurtbewoners wat te klagen de meesten vinden het fijn wonen in Blauw Dorp. Vooral het feit dat ze veel winkels in de buurt hebben en zo in het centrum van de stad zijn maakt dat de buurtbewoners het fijn wonen vinden.

Ik woon al 4 jaar in Blauw Dorp, maar door het canvassen kom ik eindelijk echt in contact met de buurtbewoners en wat er speelt in de wijk. In de toekomst dus de moeite waard om weer te doen!

maandag 9 november 2009

Onderwijs, cijfers en mensen

De kenniseconomie wordt steeds belangrijker om competitief te blijven in een globaliserende wereld. Veel burgers hebben angst voor de globalisering, vooral omdat ze zich bedreigd voelen. Onderwijs speelt een belangrijke rol in het worden van een competitieve kenniseconomie, om burgers te equiperen door bij- en omscholing, maar ook om jongeren een zodanig onderwijs te geven dat ze nooit meer bang hoeven te zijn voor de globalisering. Naar mijn mening is het dan ook van belang om leerlingen die niet zo goed mee kunnen komen binnenboord te houden. De boel bij elkaar houden!

Een school die moeilijke leerlingen binnenboord probeert te houden zal het in de statistieken niet altijd goed doen, omdat hun gemiddelden omlaag gaan. Juist zulke scholen komen in de verdrukking door slechtere resultaten, terwijl juist zij een pluim verdienen. Ik zat zelf op een school die alle leerlingen binnenboord probeerde te houden en daar ook in slaagde. Ik was een van die leerlingen. In groep 2 was het al duidelijk. Ik kon het niet bijbenen. Ik had al een grote achterstand op de rest. Het was de ambulante begeleider al duidelijk, ik moest naar een Mytylschool (speciaal onderwijs), maar meester Klaas (de directeur van de basisschool) protesteerde. Met wat extra aandacht zou ik binnenboord gehouden kunnen worden. Zover ik mij kan herinneren zat ik tot en met groep 5 een gedeelte van de week apart, samen met een paar anderen, om aanvullende les te krijgen. Hierdoor kon ik de daarop volgende jaren zonder problemen meedoen met de rest van de klas. De CITO-toets kwam, ik deed het goed in de klas, maar zou ik een goede score hebben op de CITO-toets? Ja, mijn score was goed genoeg om naar het VWO te gaan.

Niet iedereen die samen met mij apart lessen volgde op school kwam even goed uit de CITO-toets. Echter het belangrijkste voor hen en mij was dat we in het reguliere onderwijs konden blijven. Hierdoor kunnen we allemaal meedoen in de maatschappij, want meester Klaas hield de boel bij elkaar. Waren er maar meer leraren zoals meester Klaas, en laten we ze vooral stimuleren in wat zij doen. Wat ik duidelijk probeer te maken is dat als wij de boel bij elkaar willen houden niet als technocraten naar de cijfers moeten kijken, maar we moeten verder durven kijken dan de cijfers die ons gepresenteerd worden. Het gaat om de mensen achter de cijfers!

woensdag 6 augustus 2008

Obama de verlosser

Een ongelovige, dat was ik. Lege hulzen waren het volgens mij, al die woorden die hij uitsprak. John Edwards en Hillary Clinton waren mijn kandidaten. Edwards kwam duidelijk op voor de vergeten onderklasse in de VS. Hillary was daarnaast ervaren en kwam met concreet beleid. Beiden haalden het niet. Ze werden verpulverd door een onervaren politicus die het perse allemaal anders wilde doen. Hij kwam met de naam Barack Obama, de verlosser van de oude politiek.

Ondanks de ongelovige Thomas die ik was raakte ook ik gefascineerd door deze nieuweling. Waarom raakte iedereen zo enthousiast over deze man? Hij is toch niet zo speciaal? Is het typische Amerikaanse massahysterie of is hij inderdaad de nieuwe Kennedy? Ik was er zelf in ieder geval niet uit. Echter een Republikeinse kandidaat steunen was voor mij geen optie, dus toch maar Obama steunen. Wel met wat weerzin, maar het moest maar.

Zonder het door te hebben raakte ik zelf steeds meer gegrepen door de boodschap, bevlogenheid en charisma van de democratische kandidaat. Was ik een gelovige? Nee, ik bleef sceptisch. Maar deze dominee vertelde een verhaal dat ik al geruime tijd niet meer gehoord had. Een verhaal waarbij het ging om een maatschappelijke beweging in gang te zetten. De bevolking moest de verandering meebeleven. Geen technocratisme, maar verandering met zijn allen. Politiek moest weer de arena worden waar men met al hun problemen terecht kon. Verfrissend om een dergelijk verhaal te horen in een land waar de politiek al lang niet meer om de mensen ging.

Op 24 juli was daar het moment dat Obama zijn toespraak gaf in Berlijn. Een presidentskandidaat die de wereld toe gaat spreken, was de massahysterie nu helemaal compleet?! Nee, deze dominee liet zien wat verlicht leiderschap was, welke mensen al jaren hebben gemist. Met de woorden ”The walls between old allies on either side of the Atlantic cannot stand. The walls between the countries with the most and those with the least cannot stand. The walls between races and tribes; natives and immigrants; Christian and Muslim and Jew cannot stand. These now are the walls we must tear down” liet hij zien dat het gaat om ook oog te hebben voor de mensen die verder van ons vandaan staan. De mensen waar wij om verschillende redenen van nature minder oog voor hebben. De mensen die een zwakkere positie hebben in de globaliserende wereld.

Is het mogelijk dat deze ongelovige Thomas een gelovige is geworden? Heeft hij al zijn sceptische gedachten overboord gegooid? Yes, I am a believer!

dinsdag 26 februari 2008

Wouter Bos slaat de plank totaal mis

Op een middag was ik bezig met het schrijven van een nieuwe column voor pvdamaastricht.nl. Op verzoek van een aantal mensen schreef ik voor het eerst een column over Maastricht. Diezelfde middag werd mijn schrijven bruut onderbroken toen ik het artikel van Wouter Bos in de S&D las.

In het artikel uit Bos stevige kritiek richting Pronk wat betreft de inhoud van de Den Uyl-lezing op 17 december jl. Zoals ik nog vorig jaar bepleitte, is nu ook daadwerkelijk de discussie over onze beginselen begonnen. Mijn waardering voor het feit dat Wouter Bos de uitdaging op zich neemt om te beargumenteren dat de huidige koers de juiste is. Echter voor mij zijn er een aantal punten in het betoog van Wouter Bos waar hij duidelijk, om met zijn eigen woorden te spreken, ‘de plank misslaat’. Waar hebben we het over als we het hebben over inspiratie, gelijkheid en solidariteit?

In zijn betoog beweert Bos dat Pronk ‘weinig inspiratie bood’, dat ik het hiermee niet eens ben is voor velen vanzelfsprekend, maar laat ik aan de hand van een voorbeeld illustreren dat het betoog van Pronk alles behalve weinig inspiratie bood. Tijdens de lezing van Pronk zat een jongen van 18 jaar naast mij. Niet zomaar een politieke enthousiasteling, maar een ICT-student uit de achterhoek. Tot vijf maanden geleden had hij niets met politiek, maar tijdens de campagne voor het voorzitterschap raakte hij in contact met Pronk en raakte geïnspireerd. Niet alleen toen, maar ook tijdens de lezing. Zijn reactie op de lezing was:”Normaal was ik de aandacht allang verloren, maar bij Pronk niet”. Hiermee laat Pronk zien dat hij niet alleen de klassieke sociaaldemocraten weet te inspireren, maar ook de jongeren, die de afgelopen tijd de rug naar de politiek en de PvdA hebben gekeerd

‘Een van de meest hilarische momenten’ dat is volgens Bos het gedeelte van Pronk zijn betoog dat fatsoen te karig en te weinig ambitieus is. Naast dat ik het niet met Bos eens ben, vind ik ook dat Bos met deze woorden Pronk geen recht doet en al helemaal niet serieus neemt. Bos betoogt hier verder bij dat ‘de begrippen fatsoen en fatsoenlijk bestaan, zoals in ons beginselprogramma gedefinieerd, het gelijkheidsprincipe betekenisvol aanvullen’ en zegt hiernaast dat het gelijkheidsprincipe alleen faalt omdat allemaal arm, allemaal ongelukkig ook gelijk is. Hiermee gaat Bos aan bepaalde kritiek voorbij. De kritiek die Pronk uitte in zijn betoog was niet of fatsoen een goede aanvulling was op het gelijkheidsprincipe, maar dat fatsoen het hoogste ideaal leek te zijn in het beginselprogramma. Pronk zelf betoogt namelijk ‘Fatsoen is het resultaat, niet van politieke of sociale strijd, maar van redelijk overleg tussen beschaafde mensen die allen in ongeveer dezelfde omstandigheden verkeren, elkaar respecteren en met rust laten’ Hiermee geeft Pronk zelf al aan dat fatsoen een aanvulling is op gelijkheid. Daarnaast is het iedereen bekend dat niet allen in de wereld in ongeveer dezelfde omstandigheden verkeren of dat er wederzijds respect is, zoals Pronk het verwoord:”In de wereld van nu zijn er geen gelijke omstandigheden voor allen, maar een grote voorsprong voor velen en een grote afstand voor vele anderen, en dus een zeer grote ongelijkheid. Er is geen wederzijds respect, maar angst en afkeer; geen rust, maar conflict en geweld.” Een internationale beweging zoals de sociaaldemocratie kan zich in zijn idealen niet beperken tot Nederland.

Volgens Bos is gelijkheid als principe alleen een ‘leeg’ begrip. Hierbij gebruikt hij het voorbeeld:”allemaal arm is gelijkheid, allemaal ongelukkig ook. Zo doet Bos het voorkomen dat Pronk alleen pleitte voor sociaaleconomische gelijkheid. Integendeel, hij pleitte juist voor maatschappelijke gelijkheid, waarbij de barrières voor volledige ontplooiing van het individu weggenomen worden door een strijd tegen ongelijkheid, ‘geen vrijheid zonder gelijkheid’. Stel dat we het alleen over sociaaleconomische gelijkheid hebben dan moet je de huidige internationale situatie in ogenschouw nemen. Er is geen land waar iedereen arm is, er zijn wel vele landen waar er grote verschillen zijn tussen arm en rijk. Er zijn tussen landen grote verschillen in welvaart en de verschillen zijn de laatste 20 jaar alleen maar gegroeid, natuurlijk zijn er in vele landen tegelijkertijd de armen er op vooruit gegaan, maar er is ook een groep landen waar er juist meer mensen armer zijn geworden. Echter de statistieken zeggen niet veel, want wat is nou een armoedegrens van 1 dollar per dag en stel dat het aantal mensen die net iets meer hebben dan 1 dollar per dag enorm gegroeid is? Wat zegt zon statistische graadmeter ons dan?

Wouter Bos schrijft in zijn boek Dit land kan zoveel beter:”Elke vorm van solidariteit kan alleen maar tot stand komen en in stand blijven door anderen daarvan uit te sluiten. Insluiting en uitsluiting horen bij elkaar. Wie met iedereen solidair is, is uiteindelijk met niemand solidair.” Pronk zegt hierover in zijn betoog:”Ik acht deze stelling in strijd met sociaaldemocratische beginselen.” In het betoog reageert Bos hierop met:”Eerlijk gezegd kom ik tot de conclusie dat hij mijn conclusie over welbegrepen eigenbelang en insluiting/uitsluiting niet wil delen.” Ik zelf zou deze conclusie ook niet willen delen. Het is een conclusie die ook wat mij betreft totaal in gaat tegen de sociaaldemocratische beginselen, waarbij een inclusieve maatschappij voorop staat. We sluiten niemand uit, we trekken de mensen er juist bij! Solidariteit hangt inderdaad samen met een eigen belang, niet het huidige korte termijn eigen belang, maar het verlichte eigen belang van de lange termijn. Het is juist aan de PvdA om te zorgen dat de rechten van kinderen van illegale ouders dezelfde zijn als voor elk ander kind. Het is aan de PvdA om te zorgen dat illegalen niet slechter worden behandeld dan criminelen. Het is aan ons om iedereen in te sluiten in de maatschappij, want zoals Wim Kok al zei:” We laten niemand los”.

Wat mij betreft is de discussie over onze beginselen nog lang niet voorbij. Een discussie over onze beginselen kan ons alleen maar sterker maken in de toekomst. Een discussie maakt duidelijk wat de verschillen zijn binnen de partij, maar maakt ons vooral ook helder wat onze overeenkomsten zijn.