maandag 9 november 2009

Onderwijs, cijfers en mensen

De kenniseconomie wordt steeds belangrijker om competitief te blijven in een globaliserende wereld. Veel burgers hebben angst voor de globalisering, vooral omdat ze zich bedreigd voelen. Onderwijs speelt een belangrijke rol in het worden van een competitieve kenniseconomie, om burgers te equiperen door bij- en omscholing, maar ook om jongeren een zodanig onderwijs te geven dat ze nooit meer bang hoeven te zijn voor de globalisering. Naar mijn mening is het dan ook van belang om leerlingen die niet zo goed mee kunnen komen binnenboord te houden. De boel bij elkaar houden!

Een school die moeilijke leerlingen binnenboord probeert te houden zal het in de statistieken niet altijd goed doen, omdat hun gemiddelden omlaag gaan. Juist zulke scholen komen in de verdrukking door slechtere resultaten, terwijl juist zij een pluim verdienen. Ik zat zelf op een school die alle leerlingen binnenboord probeerde te houden en daar ook in slaagde. Ik was een van die leerlingen. In groep 2 was het al duidelijk. Ik kon het niet bijbenen. Ik had al een grote achterstand op de rest. Het was de ambulante begeleider al duidelijk, ik moest naar een Mytylschool (speciaal onderwijs), maar meester Klaas (de directeur van de basisschool) protesteerde. Met wat extra aandacht zou ik binnenboord gehouden kunnen worden. Zover ik mij kan herinneren zat ik tot en met groep 5 een gedeelte van de week apart, samen met een paar anderen, om aanvullende les te krijgen. Hierdoor kon ik de daarop volgende jaren zonder problemen meedoen met de rest van de klas. De CITO-toets kwam, ik deed het goed in de klas, maar zou ik een goede score hebben op de CITO-toets? Ja, mijn score was goed genoeg om naar het VWO te gaan.

Niet iedereen die samen met mij apart lessen volgde op school kwam even goed uit de CITO-toets. Echter het belangrijkste voor hen en mij was dat we in het reguliere onderwijs konden blijven. Hierdoor kunnen we allemaal meedoen in de maatschappij, want meester Klaas hield de boel bij elkaar. Waren er maar meer leraren zoals meester Klaas, en laten we ze vooral stimuleren in wat zij doen. Wat ik duidelijk probeer te maken is dat als wij de boel bij elkaar willen houden niet als technocraten naar de cijfers moeten kijken, maar we moeten verder durven kijken dan de cijfers die ons gepresenteerd worden. Het gaat om de mensen achter de cijfers!

woensdag 6 augustus 2008

Obama de verlosser

Een ongelovige, dat was ik. Lege hulzen waren het volgens mij, al die woorden die hij uitsprak. John Edwards en Hillary Clinton waren mijn kandidaten. Edwards kwam duidelijk op voor de vergeten onderklasse in de VS. Hillary was daarnaast ervaren en kwam met concreet beleid. Beiden haalden het niet. Ze werden verpulverd door een onervaren politicus die het perse allemaal anders wilde doen. Hij kwam met de naam Barack Obama, de verlosser van de oude politiek.

Ondanks de ongelovige Thomas die ik was raakte ook ik gefascineerd door deze nieuweling. Waarom raakte iedereen zo enthousiast over deze man? Hij is toch niet zo speciaal? Is het typische Amerikaanse massahysterie of is hij inderdaad de nieuwe Kennedy? Ik was er zelf in ieder geval niet uit. Echter een Republikeinse kandidaat steunen was voor mij geen optie, dus toch maar Obama steunen. Wel met wat weerzin, maar het moest maar.

Zonder het door te hebben raakte ik zelf steeds meer gegrepen door de boodschap, bevlogenheid en charisma van de democratische kandidaat. Was ik een gelovige? Nee, ik bleef sceptisch. Maar deze dominee vertelde een verhaal dat ik al geruime tijd niet meer gehoord had. Een verhaal waarbij het ging om een maatschappelijke beweging in gang te zetten. De bevolking moest de verandering meebeleven. Geen technocratisme, maar verandering met zijn allen. Politiek moest weer de arena worden waar men met al hun problemen terecht kon. Verfrissend om een dergelijk verhaal te horen in een land waar de politiek al lang niet meer om de mensen ging.

Op 24 juli was daar het moment dat Obama zijn toespraak gaf in Berlijn. Een presidentskandidaat die de wereld toe gaat spreken, was de massahysterie nu helemaal compleet?! Nee, deze dominee liet zien wat verlicht leiderschap was, welke mensen al jaren hebben gemist. Met de woorden ”The walls between old allies on either side of the Atlantic cannot stand. The walls between the countries with the most and those with the least cannot stand. The walls between races and tribes; natives and immigrants; Christian and Muslim and Jew cannot stand. These now are the walls we must tear down” liet hij zien dat het gaat om ook oog te hebben voor de mensen die verder van ons vandaan staan. De mensen waar wij om verschillende redenen van nature minder oog voor hebben. De mensen die een zwakkere positie hebben in de globaliserende wereld.

Is het mogelijk dat deze ongelovige Thomas een gelovige is geworden? Heeft hij al zijn sceptische gedachten overboord gegooid? Yes, I am a believer!

dinsdag 26 februari 2008

Wouter Bos slaat de plank totaal mis

Op een middag was ik bezig met het schrijven van een nieuwe column voor pvdamaastricht.nl. Op verzoek van een aantal mensen schreef ik voor het eerst een column over Maastricht. Diezelfde middag werd mijn schrijven bruut onderbroken toen ik het artikel van Wouter Bos in de S&D las.

In het artikel uit Bos stevige kritiek richting Pronk wat betreft de inhoud van de Den Uyl-lezing op 17 december jl. Zoals ik nog vorig jaar bepleitte, is nu ook daadwerkelijk de discussie over onze beginselen begonnen. Mijn waardering voor het feit dat Wouter Bos de uitdaging op zich neemt om te beargumenteren dat de huidige koers de juiste is. Echter voor mij zijn er een aantal punten in het betoog van Wouter Bos waar hij duidelijk, om met zijn eigen woorden te spreken, ‘de plank misslaat’. Waar hebben we het over als we het hebben over inspiratie, gelijkheid en solidariteit?

In zijn betoog beweert Bos dat Pronk ‘weinig inspiratie bood’, dat ik het hiermee niet eens ben is voor velen vanzelfsprekend, maar laat ik aan de hand van een voorbeeld illustreren dat het betoog van Pronk alles behalve weinig inspiratie bood. Tijdens de lezing van Pronk zat een jongen van 18 jaar naast mij. Niet zomaar een politieke enthousiasteling, maar een ICT-student uit de achterhoek. Tot vijf maanden geleden had hij niets met politiek, maar tijdens de campagne voor het voorzitterschap raakte hij in contact met Pronk en raakte geïnspireerd. Niet alleen toen, maar ook tijdens de lezing. Zijn reactie op de lezing was:”Normaal was ik de aandacht allang verloren, maar bij Pronk niet”. Hiermee laat Pronk zien dat hij niet alleen de klassieke sociaaldemocraten weet te inspireren, maar ook de jongeren, die de afgelopen tijd de rug naar de politiek en de PvdA hebben gekeerd

‘Een van de meest hilarische momenten’ dat is volgens Bos het gedeelte van Pronk zijn betoog dat fatsoen te karig en te weinig ambitieus is. Naast dat ik het niet met Bos eens ben, vind ik ook dat Bos met deze woorden Pronk geen recht doet en al helemaal niet serieus neemt. Bos betoogt hier verder bij dat ‘de begrippen fatsoen en fatsoenlijk bestaan, zoals in ons beginselprogramma gedefinieerd, het gelijkheidsprincipe betekenisvol aanvullen’ en zegt hiernaast dat het gelijkheidsprincipe alleen faalt omdat allemaal arm, allemaal ongelukkig ook gelijk is. Hiermee gaat Bos aan bepaalde kritiek voorbij. De kritiek die Pronk uitte in zijn betoog was niet of fatsoen een goede aanvulling was op het gelijkheidsprincipe, maar dat fatsoen het hoogste ideaal leek te zijn in het beginselprogramma. Pronk zelf betoogt namelijk ‘Fatsoen is het resultaat, niet van politieke of sociale strijd, maar van redelijk overleg tussen beschaafde mensen die allen in ongeveer dezelfde omstandigheden verkeren, elkaar respecteren en met rust laten’ Hiermee geeft Pronk zelf al aan dat fatsoen een aanvulling is op gelijkheid. Daarnaast is het iedereen bekend dat niet allen in de wereld in ongeveer dezelfde omstandigheden verkeren of dat er wederzijds respect is, zoals Pronk het verwoord:”In de wereld van nu zijn er geen gelijke omstandigheden voor allen, maar een grote voorsprong voor velen en een grote afstand voor vele anderen, en dus een zeer grote ongelijkheid. Er is geen wederzijds respect, maar angst en afkeer; geen rust, maar conflict en geweld.” Een internationale beweging zoals de sociaaldemocratie kan zich in zijn idealen niet beperken tot Nederland.

Volgens Bos is gelijkheid als principe alleen een ‘leeg’ begrip. Hierbij gebruikt hij het voorbeeld:”allemaal arm is gelijkheid, allemaal ongelukkig ook. Zo doet Bos het voorkomen dat Pronk alleen pleitte voor sociaaleconomische gelijkheid. Integendeel, hij pleitte juist voor maatschappelijke gelijkheid, waarbij de barrières voor volledige ontplooiing van het individu weggenomen worden door een strijd tegen ongelijkheid, ‘geen vrijheid zonder gelijkheid’. Stel dat we het alleen over sociaaleconomische gelijkheid hebben dan moet je de huidige internationale situatie in ogenschouw nemen. Er is geen land waar iedereen arm is, er zijn wel vele landen waar er grote verschillen zijn tussen arm en rijk. Er zijn tussen landen grote verschillen in welvaart en de verschillen zijn de laatste 20 jaar alleen maar gegroeid, natuurlijk zijn er in vele landen tegelijkertijd de armen er op vooruit gegaan, maar er is ook een groep landen waar er juist meer mensen armer zijn geworden. Echter de statistieken zeggen niet veel, want wat is nou een armoedegrens van 1 dollar per dag en stel dat het aantal mensen die net iets meer hebben dan 1 dollar per dag enorm gegroeid is? Wat zegt zon statistische graadmeter ons dan?

Wouter Bos schrijft in zijn boek Dit land kan zoveel beter:”Elke vorm van solidariteit kan alleen maar tot stand komen en in stand blijven door anderen daarvan uit te sluiten. Insluiting en uitsluiting horen bij elkaar. Wie met iedereen solidair is, is uiteindelijk met niemand solidair.” Pronk zegt hierover in zijn betoog:”Ik acht deze stelling in strijd met sociaaldemocratische beginselen.” In het betoog reageert Bos hierop met:”Eerlijk gezegd kom ik tot de conclusie dat hij mijn conclusie over welbegrepen eigenbelang en insluiting/uitsluiting niet wil delen.” Ik zelf zou deze conclusie ook niet willen delen. Het is een conclusie die ook wat mij betreft totaal in gaat tegen de sociaaldemocratische beginselen, waarbij een inclusieve maatschappij voorop staat. We sluiten niemand uit, we trekken de mensen er juist bij! Solidariteit hangt inderdaad samen met een eigen belang, niet het huidige korte termijn eigen belang, maar het verlichte eigen belang van de lange termijn. Het is juist aan de PvdA om te zorgen dat de rechten van kinderen van illegale ouders dezelfde zijn als voor elk ander kind. Het is aan de PvdA om te zorgen dat illegalen niet slechter worden behandeld dan criminelen. Het is aan ons om iedereen in te sluiten in de maatschappij, want zoals Wim Kok al zei:” We laten niemand los”.

Wat mij betreft is de discussie over onze beginselen nog lang niet voorbij. Een discussie over onze beginselen kan ons alleen maar sterker maken in de toekomst. Een discussie maakt duidelijk wat de verschillen zijn binnen de partij, maar maakt ons vooral ook helder wat onze overeenkomsten zijn.

maandag 22 oktober 2007

Beweging Rita Verdonk toont armoede in het politieke bestel aan

Afgelopen week presenteerde Rita Verdonk haar ‘beweging’ Trots op Nederland. Over de naam van de partij is al veel gezegd, dat zal ik niet doen. Het grote aantal zetels die de beweging van Rita Verdonk vergaart in de polls toont een pregnantere problematiek aan dan de discussie over de naam van de beweging. Het systeem van politieke partijen werkt namelijk niet meer.

Dat traditionele politieke partijen steun verliezen is al sinds tientallen jaren bekend. Ik bedoel niet qua verkiezingsuitslagen, maar qua aantallen leden. Politieke partijen verliezen allemaal leden, de SP daarvan uitgezonderd momenteel. Daar stelt Rita Verdonk geen andere politieke partij tegenover, maar een beweging. Hiermee lijkt zij zich te onttrekken van de andere politieke partijen.

Op het moment lijken populisten zoals Wilders en Verdonk vrijspel te hebben tegenover de technocraten van de PvdA, CDA en VVD. Partijen die doordat zij gedomineerd worden door experts die de neiging hebben om te zeggen tegen de burger:”Wij weten wel wat goed voor u is.” Juist door een dergelijk geluid vanuit de traditionele partijen kunnen Verdonk en Wilders zeggen:”Wij luisteren wel naar u!” Het voordeel daarbij van Rita Verdonk is dat zij zich met een ‘beweging’ buiten het politieke spectrum positioneert.

Waarom verliezen de politieke partijen leden? Zoals ik al zei heeft dit te maken met de vele experts die deze partijen rijk zijn. De experts handelen alsof zij wel weten wat goed voor de burger is. De leden worden steeds minder bij de beslissingen betrokken. In de democratische processen binnen de partijen worden de leden voor voldongen feiten gesteld. Daarnaast worden de partijen allemaal steeds meer door spindoctors en andere adviseurs richting het midden gestuurd. Er ontstaat dan niet alleen een gevoelen van niet gehoord worden, tegelijkertijd ontstaat er een idee dat er weinig te kiezen valt. Standpunten zijn inwisselbaar geworden tussen de partijen. Steeds meer lijken politieke partijen om deze redenen in onmin te raken.

Hiermee heb ik direct gewezen op waarom Rita Verdonk zich in een voordelige positie heeft geplaatst. Een beweging suggereert dat het door de massa wordt gevormd en gestuurd. Het heeft een eigen vrije dynamiek, dat betekent geenzins dat deze dynamiek er zal zijn, maar de suggestie is er wel. De dynamiek van een beweging heeft niets weg van die van een politieke partij met congressen, partijbestuurders en statuten. Waarvan de burger juist zijn rug heeft toegekeerd.

Politieke partijen hebben nu zelf de situatie in de hand. De technocraten zullen zich weer moeten gedragen als waardige politici, welke met de leden van hun partij en met de bevolking in discussie moeten gaan over het te voeren beleid op de verschillende onderwerpen. Politiek beïnvloed constant de maatschappij, daarom zal de maatschappij betrokken moeten worden bij de inhoudelijke discussies. Juist omdat politiek ingrijpt in het dagelijkse leven van burgers kunnen de experts de discussies niet zonder de burger voeren.

Niet alleen zullen de politieke partijen de leden en de burger actief meer bij de discussies moeten betrekken. Zij zullen zich moeten profileren naar gelang wat de beginselen van de partij zijn. Er zal duidelijk gemaakt moeten worden welke keuze er is tussen de verschillende partijen. Als de keuze tussen partijen onduidelijk blijft zullen de burgers zich eens te meer afkeren van politieke partijen en hun toevlucht zoeken naar o.a. de beweging van Rita Verdonk.

Een beweging zoals die van Rita Verdonk zal alleen kans hebben wanneer de politieke partijen zich als technocraten opstellen en de politieke lijn bepalen op basis van adviezen van spindoctors en andere adviseurs. De politieke partijen zullen zich moeten revitaliseren door een grotere betrokkenheid te creëren van burgers en een heldere politiek lijn uitdragen gebaseerd op de beginselen van de partij. Back to the seventies!