woensdag 30 april 2014

Geen toekomst voor Maastricht zonder studenten



Universiteit Maastricht is niet meer uniek. Steeds meer universiteiten geven probleem-gestuurd onderwijs en steeds meer universiteiten worden ook internationaler. Daardoor zal niet alleen de universiteit zich moeten onderscheiden in kwaliteit, maar daarnaast zal de stad zich moeten onderscheiden door goede faciliteiten voor (internationale) studenten. De oproep aan het stadsbestuur van de Universiteit Maastricht om snel actie te ondernemen op dit vlak is daarom terecht.

In de afgelopen twee jaar heb ik mij hard ingezet voor de belangen van studenten in Maastricht. Zo is er een raadsconferentie geweest over ‘student en stad’ op mijn initiatief. Naar aanleiding hiervan heb ik gepleit voor een actieplan ‘student en stad’ met meer aandacht voor het internationale karakter van de studentenpopulatie en die is er in december vorig jaar gekomen. Dat is mooi allemaal, maar het is tijd om verschil te gaan maken door daadwerkelijk de belangrijkste zaken uit het actieplan te gaan uitvoeren. 

Het heeft ondertussen lang genoeg geduurd om een locatie te vinden voor een ‘international students club’. Er wordt al een jaar naar een locatie gezocht, maar zonder resultaat. Terwijl het een belangrijke faciliteit is voor internationale studenten waar ze kunnen feesten en andere activiteiten kunnen organiseren. Op korte termijn moet er daarom een tijdelijke oplossing gevonden worden. Een van de mogelijkheden is de Muziekgieterij, maar dat kan alleen als het stadsbestuur bereid is om de Muziekgieterij een nachtvergunning te geven. Het is tijd om die knoop eindelijk door te hakken.

De informatievoorziening van de gemeente is naar aanleiding van de raadsconferentie stukken verbeterd. De website is overzichtelijker en informatie voor studenten staat op de voorpagina. Alleen zodra studenten andere zaken willen weten dan de top 10 die door de gemeente is opgesteld dan blijft het een hels karwei om informatie te vinden, omdat het verspreid staat over veel verschillende websites. Een internetportaal in het Nederlands en Engels waar directe links staan naar alle websites staan is dé uitkomst om op korte termijn de informatievoorziening voor studenten te verbeteren. 

Op dit moment is het horeca-aanbod, vooral in de nacht, erg eenzijdig in Maastricht. Studenten klagen hierover, omdat er weinig te kiezen valt.  Daarnaast ontstaan er ‘hotspots’ van drukte in de stad, die tot overlast leiden. Alleen door de regels voor openingstijden te versoepelen kan er een breder aanbod van horeca ontstaan en tegelijkertijd de drukte verminderen op de ‘hotspots’. Door een simpele beleidswijziging kan de gemeente dit mogelijk maken. Al is het maar in de vorm van een pilot.   

Het zijn een paar voorbeelden van hoe de gemeente op korte termijn Maastricht studentvriendelijker kan maken. Dit is alleen nog maar het begin, want er is nog veel te bereiken op het gebied van onder andere openbaar vervoer en studentenhuisvesting. Laten we voor dit alles eerst maar eens beginnen met uitdragen dat Maastricht een studentenstad is en dat deze stad niet zonder de universiteit kan. We moeten het zelfs van de daken schreeuwen! 

Foto: Hans van Eijsden

woensdag 23 april 2014

Symboolpolitiek van de nieuwe coalitie



Afgelopen week presenteerde de nieuwe coalitie het akkoord voor de periode 2014 -2018. Over veel onderwerpen uit het akkoord is al het een en ander geschreven, maar mij valt één zin heel erg op: “Het actief uitvoeren van het verdrag van de Verenigde Naties (VN) voor mensen met een beperking.“ Deze zin valt om twee redenen op. Verdragen zijn akkoorden tussen staten en richten zich niet tot gemeenten. Daarnaast heeft Nederland het verdrag wel ondertekend maar het is nog niet goedgekeurd door het parlement. Toch neemt de nieuwe coalitie deze grote verantwoordelijkheid op zich en daar zijn ze om te prijzen. Alleen wat houdt het uitvoeren van het verdrag in?

Het verdrag verplicht staten om onmiddellijke, doeltreffende en passende maatregelen te treffen om de bewustwording te bevorderen ten aanzien van personen met een beperking. Hieronder valt volgens het verdrag het opzetten van bewustwordingscampagnes onder andere gericht op een positieve beeldvorming en de erkenning van de vaardigheden en talenten van personen met een beperking. Dat is niet zonder reden, want er bestaan veel vooroordelen over mensen met een beperking en ze worden nog steeds structureel uitgesloten, omdat de gehele samenleving is ingericht op mensen zonder een beperking. Denk bijvoorbeeld aan hoeveel woorden er zijn die personen met een beperking beschrijven en een negatieve lading hebben.

Om ervoor te zorgen dat personen met een beperking zelfstandig kunnen leven en volledig deel kunnen nemen aan alle facetten van het leven verplicht het verdrag staten om obstakels en barrières voor personen met een beperking weg te werken Dat houdt in het vaststellen van minimumnormen en richtlijnen voor de toegankelijkheid van gebouwen, diensten en faciliteiten, het trainen van medewerkers op het gebied van toegankelijkheid voor personen met een beperking, openbare gebouwen en andere faciliteiten voorzien van bewegwijzering in braille en makkelijk te lezen en te begrijpen vormen, maar ook het voorzien van de mogelijkheid om ondersteuning te krijgen van een doventolk. Welke voetgangersovergang in Maastricht heeft braille? Hoeveel openbare gebouwen zijn er in Maastricht waarvan de deur naar buiten open gaat? Hoeveel recepties/bijeenkomsten worden gehouden in een ruimte met een slechte akoestiek? De antwoorden op deze vragen spreken boekdelen.

Iedereen wilt graag zelfstandig wonen. Voor veel mensen is dat een vanzelfsprekendheid. Terwijl dat vaak niet vanzelfsprekend is voor mensen met een beperking. Het verdrag verplicht staten daarom om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking dezelfde keuzemogelijkheden hebben als anderen. Dit betekent onder andere het waarborgen dat zij niet verplicht zijn om te kiezen voor een bepaalde woonvorm. Te vaak leidt bureaucratie en starheid van instanties er juist toe dat mensen niet die keuzevrijheid hebben. Daar zijn ook in Maastricht voorbeelden van te noemen.

Iedereen moet volledig kunnen participeren in de samenleving. Om dat mogelijk te maken is het belangrijk dat mensen met een beperking zich zo zelfstandig mogelijk kunnen verplaatsen. Het verdrag verplicht daarom Staten om ‘de persoonlijke mobiliteit van personen met een handicap te faciliteren op de wijze en op het tijdstip van hun keuze en tegen een betaalbare prijs.’ Er komen de komende tijd stevige bezuinigingen aan op het gebied van de zorg. Het vervoer dat nu aangeboden wordt voldoet al niet aan deze voorwaarden. Het is dan ook onwaarschijnlijk dat Maastricht aan deze eisen kan voldoen.

De voorbeelden die ik geef zijn exemplarisch voor het verdrag dat 50 artikelen telt. Het toont ook aan dat wij nog een hele weg te gaan hebben om tot een maatschappij te komen waarin mensen met een beperking volledig kunnen deelnemen. Het is alleen jammer dat de coalitie kiest voor symboolpolitiek. Het klinkt mooi dat de coalitie het verdrag inzake de rechten van personen met een beperking actief gaat uitvoeren, maar het is een onhaalbaar doel. Zonder concrete doelen om de situatie voor personen met een beperking te verbeteren is dit een lege huls.

woensdag 26 februari 2014

Tijd voor dialoog van Maasvallei met bewoners Trichterveld



Nietsvermoedend ging ik afgelopen dinsdagavond naar het bowlingcentrum voor een informatiebijeenkomst van woningcorporatie Maasvallei over de sloop- en nieuwbouwplannen voor Trichterveld. Met een presentatie ontvouwde een woordvoerder van Maasvallei daar de nieuwe plannen voor de buurt. Maar tijdens de presentatie ontstond er steeds meer onrust in de zaal, toen bleek dat Maasvallei zonder overleg met de buurt de plannen voor Trichterveld had aangepast. Buurbewoners voelden zich hierdoor – terecht - voor het blok gezet, want zo ga je niet met mensen om. Woningcorporaties dienen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen en in ieder geval de dialoog aan te gaan met de wijk voordat er nieuwe of vernieuwde plannen worden gemaakt over zulke ingrijpende zaken als sloop en nieuwbouw.

In de buurt leven veel zorgen over de nieuwe plannen voor Trichterveld. Bewoners maken zich zorgen over de betaalbaarheid van de huurwoningen, de geschiktheid van de woningen voor bewoners met een WMO indicatie en de mogelijkheid om terug te keren naar de wijk. Dat zijn terechte zorgen. Er was namelijk ooit afgesproken dat er levensloopbestendige huurwoningen gebouwd zouden worden en dat niemand gedwongen  zou worden te verhuizen. In de nieuwe plannen komt dat niet meer voor. Daarnaast was het tijdens de bijeenkomst nog niet duidelijk wat de huurprijs van de sociale huurwoningen zou worden. Dat zorgde alleen maar voor nog meer onrust. 

Net als veel andere corporaties komt Maasvallei  tot de ontdekking dat veel van de vóór de crisis
opgestelde plannen nu niet meer haalbaar zijn. Dit komt bijvoorbeeld door de verhuurdersheffing,
de afdrachten om andere corporaties als Vestia te redden en een vastzittende woningmarkt.
Het aanpassen van oude plannen is dan ook onvermijdelijk geworden. Het alternatief dat de
corporatie financieel in de problemen zou komen of dat de plannen nauwelijks uitgevoerd zouden
kunnen worden, is niet in het belang van de huurders van de corporatie.

Het zal voor woningcorporatie Maasvallei  niet eenvoudig zijn om het vertrouwen van de buurt terug
te winnen. Het betekent in ieder geval dat Maasvallei de komende maanden de tijd zal moeten
nemen om samen met de buurtbewoners oplossingen te vinden voor de zorgen die er nu leven.
Om uiteindelijk te komen tot plannen die kunnen rekenen op een breed draagvlak in de wijk.

woensdag 23 oktober 2013

Uit huis gezet?


Helaas kunnen we er niet omheen. De economische situatie in Nederland is niet rooskleurig. Er is in Nederland een stijgende werkloosheid, steeds meer behoefte aan sociale huurwoningen en een stijging van het aantal uithuiszettingen door huurachterstand. Om te voorkomen dat dit in Maastricht tot problemen leidt is een gezamenlijke aanpak nodig.

Er dreigt in Maastricht een tekort aan sociale huurwoningen, als er niet wordt ingegrepen. Op dit moment is er al te weinig doorstroming op de woningmarkt waardoor de wachtlijsten voor een sociale huurwoning oplopen. De gemeente moet nu al afspraken maken met de woningcorporaties waarin vastgelegd wordt hoe een tekort aan sociale huurwoningen voorkomen kan worden.  Hiervoor moeten de plannen voor sloop, nieuwbouw, renovatie en verkoop van woningen aangepast worden. 

In Nederland en ook in Maastricht is er een stijging zichtbaar van het aantal uithuiszettingen vanwege huurachterstand. Voor de gezinnen die het betreft is dit een menselijk drama. Een huurachterstand kan vele oorzaken hebben, maar geen kind mag hierdoor zonder dak boven het hoofd komen te zitten. In het verleden was er een convenant tussen de gemeente en corporaties over een gezamenlijke aanpak om uithuiszettingen te voorkomen. Helaas bestaat het convenant niet meer, omdat er destijds sprake was van een dalend aantal uitzettingen. Nu is het moment om weer nieuwe afspraken te maken. 

Maar er is meer nodig, want er zijn ook genoeg mensen die nu nog niet in geldproblemen zitten, maar daar door het verlies van hun baan wel in kunnen raken. Wethouder Jeroen Weyers uit Den Bosch heeft voorgesteld om de huren van deze mensen tijdelijk te verlagen om zo problemen te voorkomen. De kosten voor deze huurverlaging zullen gedragen worden door de corporaties en de gemeente gezamenlijk. Zij hebben er namelijk allemaal baat bij dat mensen niet in de problemen komen. Nu is het wettelijk niet mogelijk een huurverlaging tijdelijk door te voeren voor individuele huurders. Tijd voor een wetswijziging dus! 

Door een gezamenlijke aanpak van corporaties en gemeente kunnen we er voor zorgen dat er voldoende sociale huurwoningen blijven, dat huurders met geldproblemen niet uit huis gezet worden en kunnen we voorkomen dat huurders in de problemen komen. 

Tijdens de behandeling van de begroting 2014 op 22 oktober 2013 heeft de PvdA-fractie een motie hierover ingediend. Klik hier voor de tekst.

Update: de motie is door het college van burgemeester en wethouders overgenomen. 

vrijdag 23 augustus 2013

Meedoen

Burgers op zodanige manier bij ruimtelijke plannen te betrekken dat zij zich aan het eind van de rit serieus genomen voelen is voor veel gemeenten een hele uitdaging. Ieder raadslid of wethouder kent wel een voorbeeld. Er is een plan voor het verbeteren van een wijk, park of winkelstraat. Je hebt als gemeente van tevoren er alles aan gedaan om burgers in staat te stellen om hun mening te geven over hoe het plan eruit moet zien, maar toch bestaat er veel weerstand tegen het plan.  Met stomheid geslagen vraag je jezelf af: wat is er fout gegaan?

Je kan veel redenen bedenken waarom er aan het eind van het verhaal veel weerstand bestaat. Burgers hebben het gevoel dat de plannen eigenlijk al vast lagen. Burgers hebben het gevoel dat de mening van experts veel  belangrijker gevonden worden. Of zij hebben geen idee waar zij aan toe zijn, omdat ze niet genoeg informatie hebben gekregen of niet weten wanneer zij hun mening mogen geven. Hoe goed je bedoelingen ook zijn, op het moment dat deze sentimenten onder een brede groep burgers leven dan is het vechten tegen de bierkaai. Maar hoe voorkom je dat je in dit soort situaties terecht komt?

Burgers willen meedoen en willen er toe doen tijdens de planvorming . Zo simpel is het. Dat doe je door burgers al te betrekken bij de toekomst van een wijk, park of winkelstraat voordat je überhaupt een richting hebt bepaald. Zover dat mogelijk is althans, want ik realiseer mij ook dat er niet altijd bij nul begonnen wordt. Kies bij het begin van de discussie voor een vorm waarbij alle deelnemers op gelijke basis met elkaar in gesprek gaan. Experts horen hierbij geen groter platform te krijgen, want bewoners zijn de oren en ogen van de stad en die expertise is van evenveel waarde als de expertise van de professor.

Zoals ik al zei besef ik ook dat er niet altijd vanaf nul begonnen kan worden bij de inrichting van een gebied. Dat hoeft niet erg te zijn, maar zorg er dan wel voor dat iedereen die meedoet bij de vorming van het plan weet wat de beperkingen zijn. Vaak wordt dat pas gedurende of na de planvorming verteld. Dit leidt tot teleurstelling. Wat dan weer tot weerstand leidt.

Vorig jaar heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu het zogenoemde ‘participatieplan’ bedacht. Ik word zelf kriegelig van de naam, maar het idee is goed. Zorg dat je voordat je begint met een ruimtelijk plan maken, een plan hebt hoe je burgers bij het maken van je plan gaat betrekken. Dat schept duidelijkheid. Ik vind dat dit ook op lokaal niveau ingevoerd moet worden.

Laten we het dan het ‘meedoen-plan’ noemen, al word ik bij die naam ook niet echt enthousiast. Enfin, het meedoen-plan. Voordat je als college van burgemeester en wethouders met het maken van een plan voor een wijk, park of winkelstraat begint presenteer je aan de gemeenteraad een meedoen-plan waar de raad een besluit over neemt. Er kan zo een openbare discussie plaatsvinden over hoe burgers het beste betrokken kunnen worden bij het maken van een plan. Zo weten burgers, maar ook de raadsleden, op welke manier burgers betrokken zullen worden en wat de beperkingen zijn. College en gemeenteraad zijn dan ook af te rekenen op het feit dat het plan uitgevoerd wordt zoals afgesproken is. Op deze manier voorkom je dat er weerstand van burgers ontstaat, omdat ze ontevreden zijn over hoe zij betrokken worden bij de vorming van ruimtelijke plannen. 

Deze column is gepubliceerd in het themanummer van Lokaal bestuur over burgerparticipatie. Het gehele themanummer is digitaal te lezen via deze link:

woensdag 29 mei 2013

Aankoop Tapijnkazerne is een investering in kenniseconomie en stadspark

Na vele jaren heeft de gemeenteraad een besluit genomen, waardoor de Tapijnkazerne bij de binnenstad getrokken kan worden. Hiervoor is wel nog een lange adem nodig, want we hebben simpelweg niet de financiën om dit in een keer te doen. Maar we weten waar we naartoe willen: Een openbaar parkachtig gebied.

Niet alleen zal het stadspark worden uitgebreid, maar daarnaast zal er samen met de universiteit en de provincie geïnvesteerd worden in de kenniseconomie van Limburg. Met de aankoop van de Tapijnkazerne wordt de positie van de universiteit versterkt met een hoogwaardige locatie waar bijvoorbeeld post-docs perfect hun plaats kunnen vinden. 

Niet alleen de universiteit zal zijn plek krijgen in de gebouwen, maar er is ook ruimte voor andere functies. Welke functies dat moeten worden zal uit de discussie met de burgers van Maastricht moeten blijken. Het is daarom van cruciaal belang dat wij laten zien dat de besluitvorming over het participatie- en inspraakbeleid geen holle frase is. Burgers moeten in een zo vroeg mogelijk stadium bij de ontwikkeling van het gebied betrokken worden. Daarnaast zal de gemeente helder en in een vroeg stadium naar burgers moeten communiceren hoe zij dat gaat doen.

We weten nu waar we naar toe willen, een openbaar parkachtig gebied. Op basis van de parkeernorm moeten er voor de functies die daar voorzien zijn, 125 parkeerplaatsen gerealiseerd worden, hetgeen toch zonde zou zijn van die parkachtige omgeving. We weten tegelijkertijd dat het college aan het onderzoeken is hoe de parkeer- en verkeersdruk op de binnenstad verminderd kan worden.  Bij dit onderzoek zouden de binnenterreinen van de universiteit op locaties in de binnenstad betrokken kunnen worden en in dit kader ook de voorziene parkeerplaatsen op het terrein van de Tapijnkazerne.

Hiermee zou niet alleen een bijdrage geleverd worden aan een autoluwe binnenstad, maar ook aan de kwaliteit van de binnenstad, waarbij wij ons kunnen voorstellen dat deze binnenterreinen een Oxford-achtige allure tentoon zullen spreiden.

Ik moet concluderen dat met de afspraken die met de universiteit  en de provincie gemaakt zijn, we de kans hebben om grotendeels recht te doen aan het burgerinitiatief Tapijnkazerne, dat namelijk uitging van een kazerneterrein als volledig onderdeel van het stadspark, het behoud van waardevolle monumentale bouwwerken, een variëteit aan functies en een wandel- en fietsverbinding naar het Jekerdal. Deze kans moeten we niet aan ons voorbij laten gaan!

Bovenstaande tekst is een aangepaste versie van mijn raadsbijdrage tijdens de gemeenteraadsvergadering op 21 mei 2013.

bron afbeeldingen: wikimedia.org en maastrichtaktueel.nl

woensdag 24 april 2013

MECC is een onmisbaar onderdeel van de Maastrichtse economie


Het MECC is een onmisbaar onderdeel van de Maastrichtse economie. Het levert een werkgelegenheid op van 70 banen (nu al afgebouwd naar 45) en 600 indirecte banen. Daarnaast zet het MECC Maastricht landelijk en internationaal op de kaart met beurzen zoals TEFAF en de Interclassics. Als we naar de toekomst van het MECC kijken dan kan het een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van Maastricht Health Campus en Chemelot Campus als locatie voor congressen.

Deze week lag de keuze voor of de gemeente alle aandelen in het MECC van Rai overneemt of dat de gemeente toestaat dat Rai de activiteiten van het MECC gaat afbouwen. Een echte keuze was het niet.
Het afbouwen van de activiteiten betekent minder congressen en beurzen en daarmee een verlies aan banen. Daarnaast brengt het een totale kosten van 3,6 miljoen euro met zich mee.

Als de gemeente de aandelen van Rai overneemt dan zal dat de gemeente ook geld kosten, namelijk 820.000 euro en structureel 200.000 euro extra financiering. Dit is significant minder dan het netgenoemde scenario. Dan hebben we het nog geeneens over het behoud van banen, beurzen en congressen voor deze stad.

Betekent dit dan dat er geen haken en ogen zijn aan de koop van aandelen? Zeker wel. De beurzenmarkt is aan het afkalven, het gebouw is te groot en slecht bereikbaar. Met de koop van alle aandelen draagt de gemeente het volledige risico. Aangezien de beurzenmarkt aan het afkalven zal de nieuwe organisatie van het MECC alternatieve invullingen van de beurshallen moeten onderzoeken. 

In het licht van de risico’s is het van groot belang op welke manier de gemeente sturing geeft en controle uitvoert op het MECC en hoe het MECC verantwoording aflegt aan de gemeente. Hierbij is het cruciaal dat de gemeente rollen zoveel mogelijk gescheiden houdt en de schijn van belangenverstrengeling  voorkomt. Een externe vertegenwoordiging van de gemeente bij de BV’s (MECC en EMM) heeft dan ook nadrukkelijk de voorkeur.

Wat betreft de toekomst zal er een acceptabel bedrijfsresultaat moeten zijn. Dit betekent dat er in de toekomst geen verlies gemaakt wordt door het MECC.

De gemeente heeft een privaat en publiek belang in het voorzetten van de activiteiten in het MECC, en met de eerder genoemde voorwaarden kan MECC een positieve bijdrage blijven leveren aan de Maastrichtse economie.

De bovenstaande tekst is een aangepaste versie van mijn bijdrage tijdens de gemeenteraadsvergadering van 23 april 2013.