donderdag 15 april 2010

Mijn herinneringen aan Jean Jacobs

Vandaag neemt Jean Jacobs tijdens een receptie op het stadhuis afscheid als wethouder van deze stad. Na 8 jaar wethouder te zijn geweest en daarvoor 4 jaar fractievoorzitter van de PvdA stopt hij ermee.

Het was 4 à 5 jaar geleden toen ik Jean Jacobs voor het eerst ontmoette. Hij kwam toen op mij over als een afstandelijke bestuurder, een technocraat in plaats van een politicus. Ik was dus in eerste instantie niet zo gecharmeerd van hem.

Het was kort voor de verkiezingen van 2006 en ik had als voorzitter van Jonge Socialisten Maastricht overleg met onze vertegenwoordiger in het bestuur. Zij vertelde mij wat ze had meegemaakt tijdens een vergadering waar Jean Jacobs ook bij aanwezig was. Tijdens die vergadering had Jean Jacobs namelijk een briefje doorgeschoven, zoals dat wel vaker gaat tijdens vergaderingen. Op dat briefje stond volgens haar “Eigendom is diefstal”. Ik heb mij laten vertellen dat deze uitspraak afkomstig is van de Franse socialist Pierre-Joseph Proudhon (1809-1895). Uit die tekst sprak een baldadigheid die mij wel aansprak. Deze baldadigheid of dwarsheid, hoe je het ook wil noemen, toonde hij ook vorige week in de Limburger.

De jaren daarna heb ik Jean Jacobs steeds beter leren kennen. Als wethouder was hij het liefst zakelijk en rustig, want dat hoort bij je rol als bestuurder vond hij. Maar bij onderwerpen als de Sphinx borrelde het bij hem van binnen zo erg dat hij de emoties niet onder controle kon houden. Op die momenten werd hij vaak gecomplimenteerd dat hij zo gepassioneerd had gesproken. Juist die emoties die hij liever niet toonde, lieten zien dat hij het nog altijd om de juiste redenen deed.

Tijdens de afgelopen vier jaar stelde hij zich als wethouder heel duaal op. Op fractievergaderingen kwam hij amper, alleen als hij expliciet werd uitgenodigd door de fractie. De wethouder en de fractie waren het daardoor ook niet altijd met elkaar eens, maar dat paste binnen het duale systeem.

Veel mensen zullen Jean Jacobs gaan herinneren als de wethouder die van Maastricht culturele hoofdstad van Europa 2018 wilde maken en daarin ambitieus te werk ging. Zelf zal ik hem herinneren als een bestuurder die vooral een PvdA'er was bij wie je altijd langs kon komen voor advies. Een bestuurder met het hart op de juiste plek. Een PvdA'er die op de buitenwereld overkwam als een technocraat, maar het niet was.

donderdag 18 maart 2010

Fatsoenlijk bestaan

Gisteren is bekend geworden dat Job Cohen de enige kandidaat is voor het lijsttrekkerschap van de PvdA. Ik ben zelf erg blij met zijn kandidatuur. Het is namelijk een man met draagvlak in alle delen van de Nederlandse bevolking en heeft daarmee de potentie om groepen die ver van elkaar staan op het moment dichter bij elkaar te brengen.

Echter een ding viel mij wel op tijdens zijn speech waarin hij aankondigde dat hij zich kandidaat stelde voor het lijsttrekkerschap. Hij nam namelijk ‘een fatsoenlijk bestaan’ als rode draad voor zijn verhaal. De nadruk hierop komt uit het beginselprogramma uit 2005 dat onder leiding van Wouter Bos is geschreven. In 2008 heb ik in “Wouter Bos slaat de plank totaal mis” al eerder kritiek gegeven op het gebruik van ‘een fatsoenlijk bestaan’ als leidraad voor politiek handelen. Mijn grootste kritiek was toen dat het karig en weinig ambitieus is als beginsel. “Fatsoen is het resultaat, niet van politieke of sociale strijd, maar van redelijk overleg tussen beschaafde mensen die allen in ongeveer dezelfde omstandigheden verkeren, elkaar respecteren en met rust laten” betoogde Jan Pronk al in zijn Den Uyl-lezing van 2007. Juist op het moment dat groepen steeds verder uit elkaar zijn komen te staan en respect ten opzichte van elkaar is verdwenen is fatsoen ontoereikend om te komen tot een maatschappij waar iedereen mee telt, een inclusieve maatschappij.

Fatsoen is iets wat ik juist associeer met het CDA in de zin van ‘fatsoen moet je doen’ en niet met de PvdA. Dat terwijl er juist een roep is binnen en buiten de partij om zich als dé progressieve partij van Nederland te profileren, met een nadruk op ‘fatsoen’ doe je dat niet.

Dinsdag jl. hield Prof. Arnold Heertje een pleidooi voor ‘de kwaliteit van het bestaan’ in De Wereld Draait Door. Op het eerste gezicht niet veel meer dan een ‘fatsoenlijk bestaan’. Echter het gaat verder dan dat. Het was in 1963 dat Joop den Uyl een essay schreef met de titel “De kwaliteit van het bestaan”. In die tijd maakte Nederland een enorme economische groei mee en de consumptiemaatschappij was een feit geworden. In het artikel waarschuwt hij voor een focus op verdere economische groei om armoede te laten verdwijnen in Nederland. Hij pleitte voor meer aandacht voor de algemene voorzieningen om zo de kwaliteit van leven te verbeteren in brede zin. Zodat kinderen kunnen opgroeien in een gelijkwaardige situatie en ouderen een kwalitatief leven kunnen leiden.

Nu we in een internationale crisis zitten en in de komende jaren 29 miljard structureel bezuinigd moet worden om te voorkomen dat de begrotingstekorten bij de overheid niet uit de hand lopen wordt het bewaken en zo mogelijk bevorderen van de kwaliteit van bestaan extra belangrijk. Juist nu moet bij keuzes niet de economische belangen prevaleren, maar de maatschappelijke keuzes. Hervormen gaat namelijk niet alleen om hoe je de overheidsfinanciën op orde brengt, maar om wat voor een samenleving je voor ogen hebt. Daarbij moet niet een fatsoenlijk bestaan voorop staan, maar een samenleving waar de kwaliteit van het bestaan voorop staat gebaseerd op gelijkwaardigheid en inclusiviteit.

In dit licht hoop ik dat de programmacommissie van de PvdA kiest voor een visie op Nederland waarin de kwaliteit van het bestaan voorop staat, een visie waarbij men kiest voor een Nederland waar iedereen mee telt, een visie waarmee “de boel bij elkaar” gehouden wordt.

dinsdag 9 maart 2010

Bedankt en een blik vooruit

Deze week is de eerste volle week zonder campagne. Het voelde in eerste instantie vreemd aan, maar ook rustgevend. Nu kan ik rustig mijn achterstanden van de laatste weken in halen mbt mijn studie. Ik zeg misschien wel rustig, maar het is veel werk.

Vorige week was het voor PvdA Maastricht een teleurstellend resultaat, 7 zetels overgehouden van de 13 die wij hadden. Even leek het er op dat het maar 6 zetels zouden zijn, dat was een echte nekslag. Gelukkig bleek het later een fout te zijn. Met 7 zetels is de PvdA samen met het CDA de grootste, dat biedt perspectief voor een goede samenwerking. Echter dat zal afwachten worden, want de coalitie-onderhandelingen beginnen morgen pas. Een ding wil ik de onderhandelaars wel meegeven: Kies voor een groter college van B en W, want een college moet niet alleen besturen, maar ook in contact treden met de bevolking. Daarvoor had het huidige college van 4 wethouders weinig tijd. Dat moet nu anders dus!

Het resultaat betekent ook dat ik niet in de raad gekozen ben, erg jammer. Ook al was de PvdA niet populair in Maastricht toch gaven 66 burgers hun voorkeurstem aan mij. Hartstikke bedankt daarvoor! Eerlijk gezegd is het voor mij geen ramp dat ik niet in de raad ben gekozen, want ik heb nog een hele toekomst te gaan. Het is vooral jammer voor de hardwerkende PvdA'ers die in de raad zaten en er nu weer voor gingen zoals; Jean, Chris, Harie en George.

Nu is het tijd om vooruit te kijken en als PvdA te laten zien dat we onverminderd hard blijven strijden voor een Maastricht waar iedereen mee telt!

vrijdag 26 februari 2010

Artikel Observant 25 februari

Het onderstaande portret is gisteren, donderdag 25 februari, geplaatst in de Observant:

Antoine van Lune (24) staat op de tiende plaats op de lijst van de PvdA (nu 13 zetels). Hij is bachelorstudent aan de European Law School

Wat wil je bereiken voor studenten? “Ik vind dat de gemeente meer kan doen om studenten te informeren over de huurprijzen. Nu betalen ze vaak veel te veel. Goede voorlichting kan dat voorkomen. Ten tweede vind ik dat alle evenementen gelijkwaardig behandeld moeten worden. Nu staat de gemeente op de achterste benen als er geluidsoverlast is bij een cultuurfestival als Bruis, maar als André Rieu te hard speelt hoor je er niemand over. Tot slot moet er volgens mij geïnvesteerd worden in de werkgelegenheid. Nu hebben studenten vaak geen andere keus dan na hun studie weg te trekken uit Maastricht voor een baan.”
Waarom heb je geen studentenpartij opgericht? “Daar voel ik niks voor, alle inwoners zijn even belangrijk. Daarbij heb ik me altijd goed gevoeld bij het gedachtegoed van de PvdA, dat is echt mijn partij.”
Waar ligt je kracht als politicus? “Dat ik al een tijdje meeloop, maar niet mijn passie heb verloren. Ik wil me dag en nacht inzetten voor een betere gemeente.”

dinsdag 23 februari 2010

Maastricht: universiteitsstad of studentenstad?

Gisteren werd door studentenvereniging KOKO een debat georganiseerd waar alleen thema’s voor studerend Maastricht aan de orde kwamen. Tijdens de inleiding op het debat werd al duidelijk dat dit voor de politici toch wel een pittige avond zou worden: weinig informatie over studenten in de verschillende verkiezingsprogramma’s. Maastricht pretendeert een echte studentenstad te zijn, maar wat doen we voor onze studenten en hoe welkom zijn de studenten?

Bij de eerste stelling bleek al snel dat verkiezingen toch ook altijd weer de nodige snelle toezeggingen opleveren: de gemeentelijke belasting wordt eindelijk aangepakt. Niet langer zal de langstwonende bewoner in een studentenhuis worden aangeslagen. Nee, vanaf vandaag gaat dat in Maastricht anders, want gisteren heeft men ontdekt dat Nederland een gemeentelijke basisadministratie heeft!
Ik zou ook willen dat niet langer de langstwonende bewoner wordt aangeslagen en zo het probleem oplossen, maar ergens zegt de student rechten in mij dat ik daarvoor toch echt even met Den Haag in gesprek moet gaan. Misschien wil Mei Li Vos (Tweede kamerlid PvdA) zich er wel voor inzetten?!

Het tweede onderwerp “de brain drain” leverde toch ook weer de nodige open deuren op: te weinig banen, de mensen trekken weg. Enerzijds is te verklaren dat veel studenten na hun studie weer vertrekken naar elders. Immers veel van onze buitenlandse studenten kiezen na hun studie toch echt voor een baan in hun eigen land.
Bij dit onderwerp werd ook heel even gesproken over de gastvrijheid van Maastricht. Tja, daar kun je hele bomen over opzetten. Hoe gastvrij is Maastricht, als mensen van buiten Maastricht consequent als ‘Hollenders’ worden neergezet? Je mag hier wel wonen, leven en studeren, maar als je de echte Maastrichtenaar een voet dwars zet dan ben je ineens een ‘Hollender’. Kortom op dat gebied valt in Maastricht vast nog een wereld te winnen.

Aan het einde van het debat blijkt overigens toch ook weer vooral dat de leefbaarheid voor studenten in onze stad eigenlijk toch vooral neerkomt op het realiseren van concrete zaken: waar blijft dat voetbalveld in Heugem (dat zouden wij overigens ook wel eens willen weten van de CDA lijsttrekker en wethouder van Sport). “Een disco!” roepen Stadsbelangen en VVD’er John Aarts in koor: samen met Johnnie de voetjes van de vloer? Toch gaan deze partijen voorbij aan het feit dat zich al jaren geen ondernemer in Maastricht meldt om een disco te beginnen. En je zou toch denken dat juist onze liberalen het spel van vraag en aanbod uitstekend beheersen? Ook de roep om nachtkroegen doet het goed: dan heeft men mazzel, want al jaren zijn er een stuk of vier nachtvergunningen te vergeven, maar geen ondernemer die zich daarvoor meldt.

Tot slot wordt er ook nog even gesproken over de parkeerproblemen in deze stad en het gebrek aan fietsenstallingen. Inderdaad, daar moet nu eens nodig iets aan gebeuren. Al maanden probeert de PvdA GroenLinks wethouder Wim Hazeu te bewegen om nu eindelijk eens met de Universiteit om de tafel te gaan zitten ten einde de parkeerproblemen op te lossen. En die fietsen: in 2009 was de GroenLinks wethouder eindelijk zover om na dreiging van een PvdA motie overstag te gaan en niet meer alles wat los en vast zit weg te slepen. Op de valreep wist PvdA wethouder Costongs nog te melden dat het aantal fietsstallingsplaatsen bij het station zal worden uitgebreid. En nu maar hopen dat de treinen dan ook na 21:30 uur zullen gaan rijden en we toch echt de stap kunnen maken om van universiteitstad eindelijk studentenstad te worden.

vrijdag 5 februari 2010

Carnaval moet vooral carnaval blijven!


Groot was mijn verbazing toen ik het artikel “’Schijn van’ bereikt carnaval” in De Limburger las. Blijkbaar is het zo dat de harde werkers van de gemeente Maastricht geen ontbijtje mogen ontvangen van de carnavalsvierders, omdat het de schijn van belangenverstrengeling  zou hebben.
Het is natuurlijk absurd dat een ludieke actie van een kastelein die al jaren ontbijtjes verzorgd voor de zate hermeniekes niet mag. Tijdens carnaval willen we allemaal veel plezier hebben in de stad. De mensen van stadsbeheer bij de gemeente Maastricht zorgen er constant voor dat de stad er schoon bij ligt. Tijdens carnaval is dit een hels karwei. Op het moment dat burgers van de stad iets willen doen om deze harde werkers te bedanken dan mag het niet, want dat zou de schijn van belangenverstrengeling hebben. Welke schijn? De schijn dat Maastrichtenaren goed opgevoed zijn?!
De gedragscodes zijn bedoeld om te voorkomen dat ambtenaren bij belangrijke beslissingen niet meerdere belangen hebben of het idee zouden kunnen geven dat ze die hebben. Het ontvangen van een ontbijtje tijdens carnaval als dank voor het harde werken namens de carnavalsvierders valt daar toch niet onder? Of zou men denken dat anderen dan zouden kunnen denken dat het stoepje voor het bewuste café nog schoner zou worden geveegd?
Ik mag dan wel een Hollender zijn, maar zelfs ik snap deze gedachtekronkel van de gemeente Maastricht niet. Laten we carnaval vooral niet verpesten door zulke onzin!

maandag 1 februari 2010

Canvassen in Blouw Dörrep

Afgelopen zaterdag gingen we met de PvdA canvassen in Blauw Dorp. Ik zou het wel op zijn Mestreechs willen zeggen, maar het klinkt lachwekkend als ik dat probeer.

We gingen met een groep van zeven mensen de buurt in. Samen met Jacques en Frans ging ik op de Ruttensingel langs de huizen. Doel was om er achter te komen wat er in de buurt speelt. De week daarvoor hadden we al een paar straten gedaan. Toen waren we langs de deuren gegaan op de Proosdijweg. Veel buurtbewoners klaagden over verloedering van de buurt, en vooral troep op straat. Op de Ruttensingel speelden weer andere zaken. Daar klaagden de buurtbewoners over de hard rijdende auto's op de Ruttensingel en drugsdealers.

Ook al hebben de meeste buurtbewoners wat te klagen de meesten vinden het fijn wonen in Blauw Dorp. Vooral het feit dat ze veel winkels in de buurt hebben en zo in het centrum van de stad zijn maakt dat de buurtbewoners het fijn wonen vinden.

Ik woon al 4 jaar in Blauw Dorp, maar door het canvassen kom ik eindelijk echt in contact met de buurtbewoners en wat er speelt in de wijk. In de toekomst dus de moeite waard om weer te doen!